Campagne doet artsen minder antibiotica voorschrijven

De campagne van november 2002 die artsen moest aanzetten minder antibiotica voor te schrijven, heeft haar doel niet gemist.

Belga

Acht op tien huisartsen en tweederde van de specialisten zeggen dat ze door de campagne minder antibiotica zijn gaan voorschrijven. Dat blijkt uit een enquête van het vakblad Artsenkrant in het najaar van 2003. De impact van de overheidscampagne op het voorschrijfgedrag is groter bij huisartsen dan bij specialisten: 58% van de huisartsen en de helft van de specialisten verklaart minder antibiotica voor te schrijven. Tegelijk kiest 37% van de huisartsen en 21% van de specialisten meer voor andere behandelingen.

Door de campagne schrijven huisartsen (50%) en specialisten (32%) ook vaak geen antibiotica meer voor in gevallen waar ze dat eerder wel zouden hebben gedaan.

Een gevolg van de campagne is ook dat patiënten makkelijker te overtuigen zijn om geen antibioticatherapie te starten, terwijl de vragen naar antibiotica genuanceerder worden. Artsen houden bij het voorschrijven van antibiotica vooral rekening met richtlijnen en aanbevelingen van de wetenschappelijke verenigingen en universiteiten, meer in het bijzonder voor de keuze van de antibioticaklasse (88%), de indicaties (75%) en de duur van de behandeling (55%).

Het merendeel van de huisartsen is geïnteresseerd in zijn individueel voorschrijfprofiel (evaluatie voorschrijfgedrag). Dat wordt hen toegestuurd door het Riziv (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering). Bijna één derde van de artsen geeft toe dat hun voorschrijfprofiel een aanzienlijke impact heeft op hun voorschrijfgedrag.