Delbroek onder indruk van Fenix-stadion

GENK -

Even voor de middag draait Branko Strupar met z'n zilvergrijze Mondeo de parking op aan het Fenix-stadion. Kleine oogjes, de nacht was kennelijk te kort. Branko wil nog een hapje eten vooraleer hij naar Brussel afzakt voor de training met de nationale ploeg. Terwijl Marc Hendrikx door enkele bakvisjes vereeuwigd wordt, kijkt Jacky Peeters geamuseerd toe. De ex-Genkenaar kreeg voor zijn trainingsdoop bij de Rode Duivels een lift aangeboden van het duo Hendrikx-Strupar. Het KRC-busje had nog een vierde Genkse passagier aan boord kunnen hebben, maar bondscoach Robert Waseige liet zijn oog (voorlopig?) niet vallen op Wilfried Delbroek.

Erik DE GRUYTER

BR>Zoals

Will

zondagavond over het nieuwe Genkse tapijt liep te dartelen, zou hij zijn plaatsje in de garde van Waseige nochtans ruimschoots verdiend hebben. Delbroek was in de centrale as met Besnik Hasi als vanouds de

bressendichter

van dienst. Een week voordien in Geel deelde hij nog in de malaise omdat hij op de rechterflank zijn draai niet vond. Reden genoeg voor Wilfried Delbroek om voor één keertje zijn stoute schoenen aan te trekken en een consultatie aan te vragen bij heelmeester Jos Heyligen.

«Ik heb de trainer uitgelegd dat ik op de rechterflank niet mijn beste rendement haal», zegt Delbroek, «ik ben geen moeilijke jongen. In principe speel ik waar de trainer het vraagt. Maar ik vind alleen dat ik centraal of in de mandekking beter uit de verf kan komen. De trainer luisterde en zegde na afloop dat ook hij had ingezien dat rechts niet mijn beste plaats is. Net als Aimé Anthuenis is onze trainer altijd bereid om te luisteren en dat vind ik klasse.»

De ouverture in het vernieuwde Genkse stadion zal Wilfried Delbroek niet snel vergeten. Zaterdag bij de naamafroeping van de spelers tijdens de officiële opening werd de Opoeterenaar reeds bevangen door de magie die de nieuwe Genkse kuip uitstraalt.

«Toen we zaterdag één voor één het terrein werden opgeroepen, kreeg ik al het voorgevoel dat we er tegen Standard iets moois van zouden maken. Je voelt dat leven in de groep. Al die mensen, die zo hard aan de realisatie van de stadion gewerkt hebben. Als speler voel ik mij dan verplicht wat extra te geven. Zondag bleek dan dat de ambiance nog beter voelbaar geworden is op het terrein. De aanmoedigingen van de supporters weergalmen nog meer. Daar kan ik mij aan optrekken. Ik ben er dan ook van overtuigd dat wij thuis weinig punten gaan verspelen. Ons thuispubliek is een extra-troef.»

Dat Wilfried Delbroek, die vorige week zijn zevenentwintigste verjaardag vierde, in eerste instantie niet werd uitverkozen om het met de Rode Duivels tegen Nederland te gaan uitzingen, heeft de nuchtere Maaslander geen ongebehaaglijk gevoel gegeven.

«Natuurlijk was het fijn om erbij te zijn in Azië», bekent Wilfried, «zoiets smaakt naar meer. Maar ik ga er vooraf altijd vanuit dat ik niet geselecteerd word. Dan kan de ontgoocheling nadien nooit groot zijn. Ik wacht gewoon af. Voor mij telt op de eerste plaats Racing Genk. Iedereen, die mij kent, weet dat. Ik moet zorgen dat ik bij Genk goed presteer en dan zien we wel.»

Dat Jos Heyligen teruggreep naar het beproefde Anthuenis-concept legde Genk tegen Standard geen windeieren. Of de Genkse trein daarmee voorgoed vertrokken is, laat Wilfried Delbroek even in het midden.

«Binnen de spelersgroep is er geen sprake geweest van enige paniek. Waarom ook? Alleen Geel was een off-day. De gretigheid is bij iedereen nog altijd even groot. Aan inzet zal het nooit ontbreken. Maar iedereen beseft dat beter doen als vorig jaar teveel gevraagd is. We lopen al drie jaar van het ene succes naar het andere. Ik verloor met Genk nog nooit drie wedstrijden na elkaar. Daarom moeten we beseffen dat het ooit wel eens minder kan worden. Ik spreek me liever niet uit over een nieuwe titel. Genk moet voorlopig een top-vijf plaats ambiëren met daar bovenop af en toe een uitschieter.»