Radiotherapie na borstamputatie verhoogt overlevingskansen

Vrouwen die na een borstamputatie ten gevolge van borstkanker radiotherapie krijgen, hebben een grotere overlevingskans. Dat blijkt uit een onderzoek van het AZ-VUB (Vrije Universiteit Brussel). Volgens de onderzoekers is dit het bewijs van het belang van radiotherapie na borstamputaties.

Belga

De onderzoekers vergeleken de eigen gegevens met de gegevens uit de Amerikaanse SEER-databank. Het grote verschil tussen beide databanken is dat de patiënten uit de SEER-databank niet bestraald werden na hun amputatie.

Het AZ bestudeerde 731 patiënten met een kleine kwaadaardige borsttumor (type pT1 of type pT2) die na de heelkundige ingreep nog verder waren behandeld. Bij 343 vrouwen was een borstsparende ingreep uitgevoerd, terwijl 388 patiënten een borstamputatie hadden ondergaan.

De resultaten zijn vooral opmerkelijk wat betreft de radiotherapie na borstamputatie. Zo was de overlevingskans voor de patiënten van het AZ-VUB na vijf jaar 91,8 procent voor een pT1-tumor en 83,6 voor een pT2-tumor, daar waar de Amerikaanse SEER-data melding maakt van een overlevingskans van respectievelijk 89,3 procent en 81,1 procent. Op een periode van 10 jaar zijn de verschillen nog groter: 79,9 procent (pT1) en 70,4 procent (pT2) overlevingskans voor de AZ-VUB-patiënten tegenover 73,8 procent (pT1) en 63,5 procent (pT2) voor de patiënten in de SEER-databank.

"De patiëntenpopulatie van het AZ-VUB toont een overlevingspercentage dat 2,5 procent tot 6,9 procent hoger is in vergelijking met de SEER-data. Deze cijfers pleiten zeker in het voordeel van postoperatieve radiotherapie, ook na borstamputatie", zo zeggen de onderzoekers van het AZ-VUB.