Soedanees leger bombardeert zuidwestelijk grensgebied

Soedanese vliegtuigen hebben maandag opnieuw het westen van het land gebombardeerd en zo honderden dorpelingen over de grens met Tsjaad gejaagd. Hulporganisaties proberen in Tsjaad zo snel mogelijk kampen op te richten in de onherbergzame woestijn voor de steeds grotere groep vluchtelingen.

AP Ned

Volgens de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties zijn de afgelopen zes weken bijna honderdduizend Soedanezen de grens overgestoken. Hulporganisaties hebben moeite om water te vinden in het dorre zuidoosten van Tsjaad. Hulpmedewerkers en journalisten mogen Sudan niet in om de toestand te peilen. In de Soedanese staat Darfur heerst een opstand die los staat van de burgeroorlog tussen de islamitische regering en de rebellenbeweging SPLA in het zuiden. Terwijl de SPLA-rebellen en de regering een vredesovereenkomst sloten, nam het geweld in Darfur sterk toe.

De rebellen in Darfur, die zichzelf het Soedanese Bevrijdingsleger noemen, vechten sinds begin 2003 voor meer autonomie. De Soedanese regering brak in december onderhandelingen met hen af. Volgens de vluchtelingen heeft de regering besloten het probleem met militair geweld op te lossen.

De 30-jarige leraar Ishmael Haggar, vertelt hoe zijn dorp Musbad, op zo'n 25 kilometer van de grens, gebombardeerd werd door regeringsvliegtuigen. Afgelopen vrijdag viel een bom op zijn huis. Zijn grootmoeder werd verpletterd onder een omvallende muur. Ishmael wist zijn 13-jarige broer nog vanonder het puin te halen en hem naar de buren te brengen, maar de jongen overleed kort daarna. Vervolgens vielen regeringssoldaten het dorp binnen. Iedereen die zich verzette werd gedood en de huizen werden geplunderd.

Samen met een buurman nam Ishmael een kameel en vluchtte hij naar Tsjaad, waar hij met 12.000 andere vluchtelingen in het plaatsje Tine terechtkomt. In een ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen zijn zestig vluchtelingen opgenomen; 35 van hen zijn er erg aan toe.