«Trek je kleren maar uit»

FRANCORCHAMPS -

«Trek je kleren maar uit.» Typisch antwoord van Eddie Irvine, donderdagmiddag in Francorchamps. De vraag kwam van miss België Brigitta Callens, die van de notoire vrouwengek wou leren hoe een vrouw een man moet versieren. Ze drong niet verder aan. Jarenlang was Irvine de rebel en de playboy van de F1. De man die de humor van de zaak inzag en vol verbazing de poen in ontvangst nam. Maar plots is hij leider in het WK en kandidaat voor de wereldtitel. «Het zou de F1 goed doen als iemand als ik wereldkampioen werd,» vindt hij.

Marc CORNELISSEN

BR>

Eddie Irvine roeit graag tegen de stroom in. Andere F1-rijders nemen een brievenbus in Monaco en blijven er de rest van het jaar weg.

Leuk voor de fiscale voordelen, maar verschrikkelijk om te wonen.

Irvine woont níet in Monaco («ze leven er als ratten in een doos»), maar hangt er wel hele dagen (en nachten) rond. Makkelijk te bereiken met de Anaconda, zijn jacht dat in Saint-Tropez gemeerd ligt. «Ik heb eigenlijk geen huis nodig. Ik heb mijn boot en ik vlieg waar ik wil met mijn vliegtuig. Dat is mijn grote plezier.»

Even tegendraads is hij als het over circuits gaat. «Francorchamps heeft één bocht die oké is, de rest bevalt me niet. Een omloop waarop de auto het verschil maakt en waarop het altijd regent. En 's avonds is er geen bal te beleven. Geef mij maar Boedapest.»

Tooghangen

Irvine beleeft de F1 op zijn manier, maar heeft zijn zaakjes mooi voor elkaar. Zijn vader was en is autosportgek. Hij wou zijn zoon Stirling Moss noemen, naar de Brit die in de jaren vijftig vier keer vice-wereldkampioen werd. Ma Irvine vond 'Stirling Moss Irvine' maar niets en dus werd het Edmund.

Zijn F1-debuut (Japan '93) was rumoerig. Ayrton Senna reed hem op een ronde, maar nam dan gas terug. Te veel naar de zin van rookie Irvine, die zich prompt ontdubbelde en meteen een punt pakte. Senna stoof na de finish woedend naar de Jordan-garage, waar Irvine hem weglachte. «De meeste piloten nemen het allemaal veel te serieus. Neem nu Schumacher. Geen enkel gevoel voor humor. Ik kan geen relatie met hem hebben; we zijn té verschillend.»

Irvine raakte angstwekkend vaak betrokken bij aanrijdingen en werd al gauw de schrik van de eerste bocht. Hij hield evenwel van dezelfde afstellingen als Schumacher en dat leverde in 1996 een stek bij Ferrari op. Hij moest contractueel instemmen met een status van nummer twee, maar voor honderd miljoen deed hij dat graag.

Het eerste seizoen kwam hij nauwelijks aan testen toe, want het team had maar één oefenauto en die was voor Schumacher. Geen probleem voor Irvine. «Waarom testen als je ook aan de toog kan hangen? Trouwens, ik ben een beter jetskiër dan Michael.»

Nummer 2

Maar door de jaren versmalde de kloof met Schumacher en toen de Duitser zich het been overreed, zag Irvine - op dat moment met evenveel punten als Schumi - zijn kans schoon. Plots was hij het speerpunt van Ferrari. Prompt won hij twee races. Twee weken geleden moest hij vrede nemen met een derde plaats. Achteraf bleek dat hij de hele koers met een falend differentieel had gereden.

«Vroeger draaide het team rond Michael. Nu heb ik plots het beste van alles: de beste ingenieurs, de beste pitstops, de ideale strategie en een tweede piloot die voor mij rijdt. Plots is alles veel makkelijker.»

Zijn uitspraken zijn er niet minder pikant om: «In elk skistation worden elke dag benen gebroken.» Of: «Michael heeft een vrouw en twee kinderen; in zijn plaats zou ik wel eens nadenken of ik nog terugkwam.» En: «Als Michael dit seizoen terugkeert, zal hij mij moeten voorlaten.» De Italiaanse en Duitse pers brengen constant spectaculaire verhalen, die Irvine steeds weer ontkracht. «Die mannen moeten dagelijks een krantenpagina rond Ferrari maken. Dan moet je al eens gaan fantaseren. Het zijn goeie verhalen. Ze kloppen van geen kanten, maar het zijn goeie verhalen.»

Met Francorchamps inbegrepen staan er nog vijf races op de agenda. Vijf zondagen om een voorsprong van twee punten te verdedigen. Het wordt moeilijk.

«Michael kan niet snel genoeg terugkeren. Hij is de enige die Hakkinen in een rechttoe-rechtaan gevecht kan kloppen. Zelf heb ik fouten van de McLarens nodig om te winnen. Niemand verwacht dat ik het haal, maar precies daarom zou het leuk zijn. Het zou de F1 goed doen als ik wereldkampioen werd.»

Op vijf miljoen komt het niet aan

FRANCORCHAMPS -

Financieel gaat het Eddie Irvine voor de wind. In zijn Japanse periode verdiende hij al veel geld. Ferrari betaalt hem nu meer dan 200 miljoen en volgend jaar - bij Stewart, zo wordt verwacht - loopt zijn salarais op tot 370 miljoen.

«Maar ik werk voor mijn geld,» beklemtoont hij. «Ik ben geen playboy, ik ben niet iemand die het geld van zijn pa erdoor brast. Ik verdien goed en met al die automerken die willen meedoen, blijven de salarissen stijgen. Geld is leuk, onder meer om op de beurs te spelen. Sommige dagen win ik vijf miljoen, andere dagen verlies ik nog veel meer. Geef ik niets om, zo lang het mijn beslissing is. Eén keer heb ik geld gegeven aan een professionele beursspecialist. Hij verloor; sindsdien doe ik alles zelf. Het brengt wat kleur in het leven, want leuk is het allemaal niet meer. Formule 1 is te veel werken om je nog te amuseren.»