Gephardt heeft alles ingezet, maar verloren

Als enige oudgediende onder de acht strijders voor de nominatie van de Democratische partij bij de presidentsverkiezingen van 2 november, moest Dick Gephardt minstens zijn prestatie van 1988 evenaren en de caucus-verkiezingen in Iowa winnen, hadden zijn eigen medewerkers van te voren gezegd. Toen maandagavond duidelijk werd dat hij met 11 procent op een magere vierde plaats was geëindigd was dat voor Gephardt het sein om zich uit de race terug te trekken. In plaats van naar New Hampshire, waar over een week de volgende voorverkiezingen plaatsvinden, vloog Gephardt terug naar zijn woonplaats St. Louis. Daar geeft hij later dinsdag een persconferentie. Het is zelfs de vraag of Gephardt zijn huidige termijn als afgevaardigde voor Missouri nog zal afmaken.

AP Ned

Gephardt heeft zijn hele leven aan de politiek gewijd en hoewel hij kan bogen op een mooie carrière, zijn de twee functies waar zijn streven naar uitging en waar hij alles voor over heeft gehad, aan hem voorbij gegaan: het presidentschap en het voorzitterschap van het Huis van Afgevaardigden.

In 1988 werd Gephardt na zijn overwinning in Iowa tweede in New Hampshire en won in South Dakota. Maar op Super Tuesday haalde hij alleen Missouri binnen; zijn geld raakte vervolgens snel op en hij moest uit de campagne stappen. In 1989 klom Gephardt in de rangen van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden op tot de tweede plaats achter fractieleider en Huisvoorzitter Tom Foley. Toen hij het fractievoorzitterschap halverwege de jaren '90 kon overnemen raakten de Democraten net hun meerderheid in het Huis kwijt, zodat het voorzitterschap aan zijn neus voorbij ging.

In 1998 overwoog Gephardt een nieuwe gooi naar het presidentschap, maar omdat de Democratische president Bill Clinton tot over zijn oren in het Lewinsky-schandaal zat, besloot hij zijn energie te gebruiken aan het bijeenhouden van de partij. Herhaalde pogingen van de Democraten om de meerderheid in het Huis van de Republikeinen terug te pakken mislukten en toen de Republikeinen bij tussentijdse verkiezingen in 2002 zelfs weer zetels erbij wonnen gaf Gephardt het fractievoorzitterschap op en kondigde hij aan dat zijn huidige, veertiende termijn zijn laatste zou zijn.

Gephardt was in de huidige strijd om de nominatie de favoriet van de vakbonden, maar moest opboksen tegen de goed gefinancierde campagne van Dean, die op nieuwe kiezers mikt, en establishmentfiguren als Kerry, die zeggen dat zij de beste kans maken tegen Bush. Zelfs onder de kiezers die lid zijn van een vakbond - 23 procent van de stemmers in Iowa - moest Gephardt het tegen Kerry afleggen.

In zijn campagne zette Gephardt zich sterk af tegen de Noord-Amerikaanse vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) en de bevoorrechte handelsstatus van China. Volgens hem zijn deze verantwoordelijk voor verlies van arbeidsplaatsen aan lagelonenlanden waar gebruik wordt gemaakt van kinderarbeid. Maar slechts één op de twintig kiezers in Iowa vindt handel een belangrijk onderwerp bij de verkiezingen.

Gephardt stelde verder voor de belastingverlaging van Bush ongedaan te maken en met het geld een gezondheidszorg te creëren die voor iedereen betaalbaar zou zijn. Hij noemde zijn voorstel "Matt's Plan", naar zijn zoon die op 2-jarige leeftijd kanker kreeg, maar kon genezen omdat zijn ouders een verzekering hadden die experimentele behandeling mogelijk maakte. Gephardt verwees opnieuw naar zijn zoon, die nu 32 is, toen hij zijn medewerkers toesprak na het verlies in Iowa. Hij zei dat het niet was uitgepakt zoals hij gewild had, maar dat hij in zijn leven wel zwaardere strijd had moeten leveren. "Mijn 2-jarige zoon in een terminaal stadium zien vechten tegen kanker en zien winnen, plaatst alles in perspectief", zei hij.