De stal is een labo

FRANCORCHAMPS -

Mika Salo ajaa miltä varmimmin ensi kaudella Sauberin F1-tallissa.

Als u nu denkt dat Mika Hákkinen volgend jaar voor Sauber rijdt, dan is er wat werk aan uw Fins. In de perszaal boven de oude paddock van Francorchamps liggen enkele stapeltjes persoverzichten. Een bundeltje Nederlands, een bundeltje Frans, ook Duits, Italiaans, Engels. En Fins dus, van de 'Helsingin Sanomat'. De journalist van de krant is er één van de 350, deze week neergestreken in de bossen van Spa en Francorchamps, boodschappers van een miljardencircus. Uit alle windstreken: Europa, Amerika, Australië en Azië, niet uit Afrika.

Rik VAN PUYMBROECK

BR>Afrika, och God, je mag er niet aan denken in deze vitrine van luxe. Want de cijfers zijn indrukwekkend. Ferrari-budget: 7 miljard frank. Goedkoopste inkomticket: 5000 patatten. En, nu we toch over eten bezig zijn, voor een hamburger (broodje-vleesje-ketchup, ja dié): 190 frank. En alles uitverkocht, enkel nog wat van de goedkoopste dagkaarten. Maar de duurste, Gold 3, van 13.000 frank het stuk zijn al lang de deur uit. Hoeveel al die mensen zouden over hebben voor een persbadge, tja, ook dáár mag je niet aan denken.

Niet dat zo'n persbadge een vrijgeleide is tot alle heiligdommen van Francorchamps. Het aantal pasjes is niet te tellen, de controle is navenant. Voor elke poort staat

security

, en je hebt gradaties in pasjes. Alleen voor de Bernie Ecclestones gaan álle Sesams open, het is opvallend dat zo'n man dan toch moest plooien voor de wetgeving van een klein land en voor de controleurs van Magda Aelvoet. Al drie dagen voor de race hebben alle teams zich strict aan de regels gehouden: Marlboro, Gauloises, Winfield... alles werd keurig

overplakt

. Alleen op de metalen oordopjes-doosjes die het Jordan-team aan de

happy few

aanbiedt, staat nog Benson & Hedges. De

not so happy few

kunnen we de 200 frank (die ze elders moeten kosten) alleen maar aanraden.

Brigitta

Geld: op het kunststoffen podium in de perszaal zit er wat samen. Persconferentie van Mika Hakkinen, Eddie Irvine, Ralf Schumacher, Jean Alesi en Alain Prost. Vijf wereldtitels, eentje misschien in wording en twee in de familie: de kassa rinkelt voor het leger van fotografen en journalisten dat is samengetroept. Veel verder dan wat peilen de verwachtingen van de heren, komt men niet. De persconferentie duurt, voor de vijf sámen, exact 18 minuten. Eén moderator mag vragen stellen, drie collega's krijgen nadien nog tijd voor één vraagje. Er worden wat clichés uitgewisseld, Ralf Schumacher mag het vooral over zijn broer hebben, en Eddie Irvine krijgt ze aan het lachen bij een antwoord over zijn

fiancée

. «Wel, verloofde is een groot woord.»

Irvine is bijna synoniem geworden voor playboy, het is niet zo vreemd dat hij na de persbabbel en in de

extra-times

voor de cameraploegen vooral tijd vrijmaakt voor twee vrouwelijke interviewers. De ene blond en gedecolleteerd, de andere kastanjebruin, gedecolleteerd en... Miss België. Opeens krijgt het woord

diepte-interview

een heel andere betekenis. «Ik ben hier op vraag van RTBf,» vertelt Brigitta Callens even later. «Mijn broer Narcis was ooit Europees kampioen karting en zo ken ik bijvoorbeeld Jarno Trulli. Bedoeling is om hier een reportage achter de schermen te brengen.»

Gucci

Een

inkijk

in de F1-wereld: van een papiertje leest ze vragen af voor Irvine, maar nadien nemen ook Salo en Damon Hill graag de tijd voor een babbel. Straks gaat Brigitta screentests doen voor VTM, hier is ze ook nog voor het F3000-team Witmeur KTM. «Ik word ook gesponsord door Peugeot,» zegt ze. «En ik word ook gesponsord door Sensodyne.» Het resultaat daarvan lacht ze bloot. We zijn er zeker van: nergens helpt mooi zijn meer dan in de Formule 1. En op het juiste moment, het juiste antwoord geven. Deze Italiaan zal in het vervolg wel een ander beginzinnetje verzinnen. Wijzend naar het jasje van een Aziatische dame:

Is it Levi's?

Neen, zegt ze.

It's Gucci.

Toch valt het, zo de dagen voor de échte race en tijdens de oefensessies, nogal mee. Geen pitspoezen gezien, laat staan Kate Moss of Naomi Campbell, het lief van Benetton-baas Flavio Briatore. Wel Brigitta Callens dus, en Mbo Mpenza en Jacky Ickx. Die laatste met zoontje trouwens, die ijverig handtekening gaat jagen. Zonder hulp van pa. Hij krijgt de kribbel van Jacques Villeneuve, toch ruim op tijd klaar met de oefensessies na een crash. Hij wordt het stilaan gewoon.

Labo

Grootste afwezige is, zonder twijfel, Michael Schumacher. De Duitser van Ferrari, nog altijd niet helemaal hersteld na zijn zware crash, is publiekslieveling van massa's Duitsers (voor hen is het toch maar over de grens), maar ook van al wie de

Scuderia

een warm hart toedraagt. In de pitlane, op donderdag, gaat het er in dat team heel ontspannen aan toe. Chef Domenicali laat de mecaniciens oefenen op de pitstops, tien keer mogen twee mannen de rode wagen van Irvine tot bij de bandenwisselaars duwen. De

gelukkige

achter het stuur, die vast zit en nauwelijks kan bewegen, wordt tegen z'n zin gekust, over de bol gewreven en krijgt een schroevedraaier

waar hij die liever niet in ontvangst neemt

. «Naar zo'n Grote Prijs komen we met zo'n 55 tot 60 man, de kok inbegrepen,» zegt een Ferrari-man, die zelf blijkbaar

toezichter

is. «Maar in totaal zijn we zeker met 300 tot 400 mensen.»

Het valt telkens weer op: waar het woord Formule 1-

stal

vandaan komt, is een raadsel. Van stal is geen sprake, van garage zelfs niet, het zijn pure laboratoria. Het is klinische hygiëne. In de pits en bij de kamions erachter is geen drupje olie te bespeuren, heeft elk moertje een eigen schuif, wordt het materiaal met zachte handschoenen bepoteld en wordt geen detail aan het toeval overgelaten. Dat sommige wagens nog uitvallen in een race, is een wonder.

E-D-D-I-E

Francorchamps,

gejumeleerd

met het Franse Bourgogne-dorpje Pommard (dat een prestigieuze appelation controlée heeft, maar dit terzijde) is in de ban van de ring, om dat maar eens te gebruiken. Het circuit met de

Raidillon

, het langste ter wereld, ligt er sinds 1921 en de oude mijnheer Gilson zou wel eens de eerste wagens kunnen zien rijden hebben. Hij woont nu in het centrum en verhuurt zijn tuin als parking. 300 frank per wagen. 's Morgens staan er vier, 's avonds... nog vier. «Je verdient er niks aan,» schuddebolt hij. «Het is allemaal gecontroleerd door de gemeente en dus moeten we er zelfs

taxes

op betalen. En je weet: als je twee frank verdient, moet je er één afgeven.» Vier maal driehonderd, gedeeld door twee: netto-winst voor Gilson wordt 600 frank.

Suche karten

, lees je nochtans overal. Maar parking en campingruimte zijn er genoeg. Vijf dames met rode letters op de witte blouse giechelen zich een weg door de massa. I-D-E-D-E, in goeie volgorde wordt dat: EDDIE. Fans van Irvine dus, met geruite rokjes. «Drie Ierse, één Schotse en één Engelse,» zegt Cally, laat ons haar de woordvoerster noemen. «We hebben mekaar leren kennen via het Internet en via Eddies eigen site. Dat was deze winter, dit is de derde Grote Prijs die we samen doen. Maar de eerste in outfit.» Slapen doen ze in een klein hotelletje in Spa waar toevallig -«oh my God»- ook Pedro Diniz slaapt. Misschien kunnen ze hem eens een avondje uit vragen, want

hun

Eddie doet het niet. «We zijn fans, maar eigenlijk is hij niet zo sympathiek. Hij negeert ons zelfs een beetje.» Eddie, doe eens iets.

En zo loopt het dus vol fans, uitkijkend naar oorverdovende, waanzinnig snelle en veelkeurige wagens. Indrukwekkend hoe ze de Raidillon nemen, zo baanvast en toch zo angstaanjagend snel. Hun God is hun gaspedaal, zong Noordkaap ooit. Twee plastic ruikers liggen aan het venster van de controletoren. Het zal wel toeval zijn, maar jongens, vergeet

Arme Joe

niet.