«Graag echte finale»

SEVILLA -

Zoals Jonathan Nsenga door een muur zou lopen en de horden omverkegelt om in een finale te geraken, zo blijkt Erik Nys ook een wedstrijdbeest op het hoogste niveau. Voor de Spelen in Atlanta wipte hij in Hechtel bij de ultieme kwalificatiekans naar een Belgische record (8,25m) en plaatste zich in Georgia voor de finale met een jump van 8,12m.

Ronny CEULEERS

BR>Dit keer moest hij

opgevist

worden door de selectiecommissie, omdat hij de kwalificatienorm (8,05m) enkel met te veel rugwind had gesprongen. Toch zorgde Nys in Sevilla voor een stunt. Met zijn reguliere 7,99m als beste van het seizoen stond hij bij de 45 deelnemers pas 36ste gerangschikt. Kansloos voor een plaats bij de beste twaalf. In theorie en zonder de ervaring van Nys gerekend. «Vooraf had ik niet gedacht met 7,93m achtste te kunnen worden in de kwalificatie, maar omdat de omstandigheden niet ideaal waren, werd die kans reëel.»

Hoe verklaart Nys dat zoveel springers die 8,30m en meer op hun naam hebben staan, hier gewoon uitgeschakeld werden?

«Die prestaties zijn veelal in ideale omstandigheden gelukt. Op hoogte en met net toegelaten rugwind. Hier waaide de ene keer rugwind, de andere keer tegenwind. We waren in elke groep met meer dan twintig deelnemers. Dan moet je lang wachten op de volgende sprong. Allemaal elementen waarmee je moet kunnen omgaan.»

Maar Nys wil meer dan zich zomaar kwalificeren. «Ik zou graag de échte finale springen, dus bij de beste acht eindigen én een sprong voorbij de 8 meter lukken. Volgens hetgeen ik hier gezien heb, kan een sprong van een beetje voorbij die acht meter zelfs goed zijn voor een plaats bij de topzes.»

Sydney

Een halve finaleplaats garandeert een selectie voor de Spelen in Sydney?

«Ik vind van mezelf dat ik die selectie nog niet heb. Ik sta een stap verder, dat wel. Ik ben dankbaar voor de kans die ik gekregen heb. Ik zal toch nog moeten presteren en bevestigen. Kan ik dat niet, dan blijf ik zelf wel thuis. Alleen verplicht deze finaleplaats mij niet meer twee keer die 8,12m te springen die het BOIC als limiet heeft gesteld. Ik zal er in augustus van volgend jaar moeten staan.»

Je blijft pleiten voor een andere benadering van de kampnummers dan de loopnummers.

«Omdat chrono's in loopnummers duidelijke aanwijzingen zijn. In een kampnummer is veel meer mogelijk. Hier loopt een levend voorbeeld. De Ier McDonagh was met een beste persoonlijke prestatie van 7,95m theoretisch de zwakste van de 45 starters. Wat blijkt? Die man springt 8 meter en zit in de finale. Dat bewijst dat je andere normen moet hanteren dan loutere cijfers. Regelmaat op hoog niveau, vlak bij de top is belangrijker dan één uitschieter. Waarom niet vragen dat je één keer 8,10m, twee keer 8 meter en nog een keer of vier rond 7,90m springt? Dan doe je altijd mee voor een finale. Want dat is het mooie aan zo een kampnummer: outsiders hebben meer kans om er bij te geraken dan in de loopnummers.»