Ware Jansson (Genk) moet nog komen: «Ik moet veel beter kunnen»

GENK -

Blonde lokken, stoppelbaard, staalblauwe knikkers in de oogkassen en een torsus om tijdens het weekend in het portiershokje van één of andere mega-dancing een verhelderend praatje te slaan met ongenode gasten. Jesper Jansson is in meer dan één opzicht een imposante Viking. Toch sloft de bij het Noorse Stabaek weggekaapte middenvelder ietwat hulpeloos door de Genkse catacomben. Zijn entree bij Racing Genk verliep immers over een rozenpad dat met bijzonder veel doornen bezaaid was.

Erik DE GRUYTER

BR>Wekenlang liep Jesper Jansson letterlijk op verschroeide voeten rond. Zijn rechterhiel vertoonde daarbij veel gelijkenis met een vulkaankrater. Tot hij van bij orthopedist Hendrik Reyskens in Winterslag aanbelandde. Die vervaardigde Jansson een speciaal schoeisel en op zijn hiel werd een prothese uit silicone aangebracht. «De ellende begon tijdens het oefenkamp in Mierlo», zucht Jesper Jansson, «mijn voeten konden zich blijkbaar niet aanpassen aan het nieuwe schoeisel. Ik dacht dat het van voorbijgaande aard zou zijn, maar het beterde er niet op. Ik trainde constant met pijn. Tot Hendrik Reyskens mij dan een oplossing bood. Het ergste is nu voorbij, maar toch speel en train ik nog constant met pijn.»

De hielperikelen van Jesper Jansson waren er debet aan dat hij een gedeelte van de voorbereiding moest missen. Ook de openingswedstrijd in Westerlo was nog niet aan de Zweed besteed. Door de schorsingen van Chris Van Geem en Wilfried Delbroek werd Jansson in Gent echter vervroegd uit de lappenmand opgediept. «Toen ik in Gent startte, was ik pas een week terug volop aan het trainen en vorige week in Geel liep het helemaal niet goed. Nee, ik ben niet tevreden over hetgeen ik totnogtoe presteer. Ik moet veel beter kunnen.»

Hasi

Jesper Jansson, die voorlopig in Termien het huis van de uitgeleende Tomi Kinunnen bewoont, werd zowel in Stabaek als bij Djurgärden Stockholm, AIK Stockholm en Östers meestal in de positie van verdedigende middenvelder gebezigd. Ervaren

Genk-watchers

beweren dat de wisselwerking tussen Jansson en Hasi op de centrale as nog niet optimaal is. «Ik liep er vorig jaar niet bij», antwoordt Jansson diplomatisch, «ik weet ook wel dat Hasi vorig seizoen de rol van verdedigende middenvelder op zich nam. Maar waarom zouden wij niet naast elkaar kunnen functioneren? Hasi is snel en heeft een enorm loopvermogen. Ik ben

big and strong.

Dat moet klikken op de duur. Maar op dit ogenblik mis ik nog tempo en

speed

. Op dat vlak ben ik een diesel. Ik heb veel wedstrijdritme nodig om maximaal te renderen.»

Topclub

Het Belgisch voetbal mag internationaal dan in het verdomhoekje zitten, toch zijn de eerste indrukken van Jansson over de

Belgian League

redelijk vleiend. «Ik heb de indruk dat hier meer individueel talent rondloopt dan in Noorwegen en Zweden. Het niveau in de Noorse competitie is tegenwoordig hoger dan in Zweden. Maar als ik vergelijk wordt hier in België beter en vooral sneller gevoetbald. Daar staat tegenover dat het er in Scandanavië op het veld qua organisatie beter aan toe gaat.»

Toen diverse managers voor Jesper Jansson de boer op gingen, kon hij finaal kiezen tussen het pas naar de Serie A gepromoveerde Verona en landskampioen Racing Genk. «Ik koos voor Genk omdat ik vreesde met Verona degradatievoetbal te moeten spelen», lacht Jesper Jansson, die aan zijn 11de profjaar toe is, «Ook het feit dat Genk in de Champions League zou starten had zijn invloed. Op dat gebied was de uitschakeling tegen Maribor dus een hele teleurstelling. Maar rouwig omdat ik voor Genk koos? Nee, hoor. Dit is een topclub. Er zit veel kwaliteit in de groep en zo slecht was onze start niet. 5 op 9 in drie uitmatchen. Als je dat buitenshuis aanhoudt en je wint alle thuiswedstrijden, speel je gegarandeerd kampioen.»

Bij AIK en Djurgärden speelde Jesper Jansson regelmatig voor uitpuilende tribunes. Op dat vlak kijkt het golfmaatje van Juha Reini halsreikend naar de

première

van zondagavond uit. «20.000 enthousiaste supporters in de tribune. Uiteraard werkt dat stimulerend. Zeker als ze zoals in Genk achter de ploeg staan. Ik hoop dat ik tegen Standard eindelijk kan bewijzen waarom Genk mij aankocht. Je moest eens weten hoe ongeduldig ik ben om een goeie prestatie te leveren.»