EU-lidstaten houden zich slecht aan regels maximale arbeidsduur

Sinds tien jaar mogen Europese werknemers in principe niet meer dan 48 uren per week werken. Vandaag blijkt dat er nog steeds veel problemen zijn. De Europese Commissie start daarom een overleg. Tegen eind dit jaar zouden de afspraken bijgestuurd worden.

Belga

Voor België maakt het niet zoveel uit. Met de norm van maximaal 38 uren per week werken de Belgen de kortste weken in de Europese Unie. Toch zullen enkele groepen Belgische werknemers gevolgen voelen. Zo zijn er momenteel problemen met de berekeningswijze van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur.

Ook moeten er nieuwe afspraken komen over de arbeidsprestaties van 'dokters van wacht'. Dokters-specialisten die in een ziekenhuis overnachten tijdens hun wachtdienst, vallen nu buiten de richtlijn. Voor het Europees Hof van Justitie echter is de tijd die zij in het ziekenhuis slapend doorbrengen ook arbeidstijd. Die recente uitspraak van het Hof brengt enkele landen in moeilijkheden en daarom wil Europees commissaris voor Arbeid Anna Diamantopoulou ook die zaak herbekijken, bijvoorbeeld door een derde optie tussen arbeidstijd en vrije tijd in.

Vooral in Groot-Brittannië wordt de hele herziening met argusogen bekeken. Daar zouden een drie miljoen werknemers 49 uren en meer werken. Dit komt via een systeem van opt-out. In de richtlijn is voorzien dat onder bepaalde voorwaarden werknemers zich vrijwillig buiten de richtlijn mogen plaatsen. Dat dit in Groot-Brittannië courante praktijk is, stelt voor Diamantopoulou een "reël probleem". Volgens haar zien ook de Britse overheden dit in.

Diamantopoulou wil nu drie maanden met overheden en sociale partners nadenken over oplossingen voor alle problemen met de maximale arbeidsduur. Daarna zal ze concrete voorstellen uitwerken, die dan eerst besproken worden door de sociale partners. Een finale beslissing kan ten vroegste in het najaar vallen.