Hoefkens en Radzinski over Lierse-RSCA: «Een speciale wedstrijd»

ANTWERPEN -

Voortdurend zitten ze elkaar te plagen. Zegt Carl Hoefkens dat hij graag zou scoren tegen Anderlecht, dan reageert Tomasz Radzinski dat hij daar geen probleem mee heeft. «Zolang het maar in eigen doel is.» Het zegt alles over de manier waarop de Lierse-verdediger en de pocketspits van Anderlecht naar de wedstrijd van zondag toeleven. «Op het veld zijn we concurrenten, zitten we elkaar 90 minuten lang op de huid. Maar waarom zouden we naast het veld niet met elkaar kunnen opschieten?»

Wim VOS

BR>«Of ik Carl Hoefkens ken?» Al bij de allereerste vraag gaan de handen van Tomasz Radzinski ostentatief de lucht in. «Hij heeft mij vorig jaar verdomme nog van het veld gestampt. Na dik 20 minuten, knal, tegen mijn been en ik moest geblesseerd aan de kant. Ik heb de volgende competitiewedstrijden zelfs niet kunnen spelen. Vraag nu nog eens of ik dat

ventje

hier ken?» De gespeelde grimmigheid van Tomasz Radzinski doet de Lierse-verdediger zowaar verlegen wegtrekken. «Hij heeft nog gelijk ook», murmelt Hoefkens uiteindelijk. «Ik was het al vergeten. Sorry, ik stampte echt niet om je te raken.»

Helenio Herrera, de beroemde Argentijnse coach die naam maakte met zijn defensief voetbal, beweerde dat een goed verdediger de spitsen van de tegenpartij moet haten.

Hoefkens:

«Dat vind ik overdreven. Ik heb helemaal niets tegen Tomasz. Waarom zou ik? Tijdens de wedstrijd ben je tegenstanders en deel je geen cadeautjes uit, maar als je na de wedstrijd al geen glas meer met elkaar zou mogen drinken... Ik ben trouwens ook niet het type verdediger dat in het begin van de wedstrijd opzettelijk een overtreding begaat om de spitsen te intimideren. Ik wacht altijd het eerste duel af, probeer dat te winnen en dan wens ik mijn tegenstander een goede wedstrijd toe.

(glimlacht)

Niet van harte natuurlijk.»

Radzinksi:

«In vergelijking met anderen is Carl inderdaad een vrij faire verdediger. Helemaal anders dan die reus van Germinal, bijvoorbeeld. Hoe heet hij ook alweer? Sandjon, ja. Jongens toch, die stampt werkelijk naar alles wat beweegt. Nochtans is dat buiten het veld ook een lieve jongen, hoor.»

Nachtmerri

Jullie zullen zondag 90 minuten lang in mekaars buurt vertoeven. Kennen jullie elkaars zwakke punten?

Hoefkens:

(grijnst)

«Ik dacht dat hij iets minder was met de kop. Totdat ik hem zondag 2 keer met het hoofd zag scoren.»

Radzinski:

«Ja, maar dat was tegen Beveren. Hun mandekker, Jimmy Smet, is ook niet van de grootste.»

Hoefkens:

«Eigenlijk kan het mij weinig schelen wie ik tegenover mij krijg. Naast Strupar zijn Koller en Radzinski de moeilijkste aanvallers in de Belgische competitie, dat weet iedereen. Tomasz is snel, heel snel. Maar ervan wakker liggen doe ik niet.

(met een uitgestreken gezicht)

Tomasz daarentegen ligt al nachtenlang zwetend wakker, heeft nu al nachtmerries over de manier waarop ik hem zondag volledig uit de wedstrijd zal houden.»

Radzinski:

«Zorg jij maar dat je niet te vaak inschuift. Ik garandeer je: een beetje ruimte en je hebt het zitten.»

Topp

Voor Lierse is de wedstrijd van zondag een absolute topper. Wordt daar in Anderlecht ook zo over gedacht?

Radzinski:

«Toch iets minder. Uiteraard weten we dat Lierse een moeilijke tegenstander is. Als ze op het Lisp een puntje kunnen meepikken, zijn ze in Brussel al heel blij. Da's in het verleden al vaak zo geweest. En dat is ook nu het geval.»

Hoefkens:

«Hij heeft gelijk. Het is niet zo dat, als wij verliezen, plots ons seizoen is mislukt of dat Anderlecht uitgeschakeld is voor de titel als wij hen verslaan. Wat niet betekent dat de wedstrijd niet bijzonder is: uiteindelijk speel je toch altijd voor de leidersplaats, weet je dat de wedstrijd rechtstreeks op TV komt, dat het Lisp uitverkocht is...»

Radzinski:

«Bovendien gebeurt er tegen Lierse altijd wel iets speciaals. Ook voor mij persoonlijk. Ik weet nog dat ik mijn allereerste goal in België tegen hen heb gemaakt. Op het veld van Beerschot was dat nog, voor de 'Beker Ludo Coeck'.»