«Twee titels pakken»

SEVILLA -

Wie wordt de ster van het weekeinde? Marion Jones die aan een onuitgegeven reeks van zeven dagen competitie op negen begint en de titel op de 100 meter morgen al moet vasthebben? Of Maurice Greene, die zich opnieuw tot snelste man van de wereld kan kronen? Hij deed dat al twee keer. Eerst op de vorige wereldkampioenschappen in Athene. Toen was dat nog een verrassing, want eigenlijk was zijn trainingsmaatje Ato Boldon - nu met een blessure langs de kant - topfavoriet.

Ronny CEULEERS

BR>

«Daarna werd mijn uitdaging het wereldrecord», aldus Greene. «Om verschillende redenen. Donovan Bailey had net iets te vaak gespot met de Amerikaanse sprint. En ik was het beu dat in de States de sprint nog steeds vereenzelvigd werd met Carl Lewis.»

Het begin van zijn bekendheid dankte hij nochtans aan Carl Lewis, omdat hij die in 1995 op een meeting versloeg. Hij kneep eerder dit jaar in Athene, op dezelfde piste waar hij wereldkampioen werd, dan maar ineens vijf honderdsten (een

straat

in sprinttermen) van het record van Bailey.

Ergens zou Greene zich ook in Sevilla een beetje thuis moeten voelen, want de Spaanse stad is verzusterd met zijn geboortestad Kansas City. Greene valt buiten het stramien van de klassieke Amerikaanse atleet die aan de universiteit tot ontwikkeling komt. Hij deed al van zijn achtste aan atletiek en bleef zijn trainer uit die tijd, Al Hobson trouw. Tot zijn vader ingreep in 1996 en hem naar John Smith in Los Angeles bracht. «Hij ontleedde mijn koers van het eerste tot het laatste moment, wees me op de fouten en corrigeerde. Vanaf dan werd ik een echte professional.»

Vanaf toen begon hij ook steeds sneller te lopen. Dit jaar lijkt hij onoverwinnelijk. Hij loopt chrono's onder de 10 seconden alsof het niets is. Dit jaar alleen deed hij het zes keer. Hij was drie keer sneller dan gelijk welke concurrent hier: het wereldrecord (9"79) in Athene, 9"85 in Rome en 9"87 in Stockholm. Leroy Burrell, zelf ex-wereldrecordhouder noemt het

bangelijk

, als je Greene en Boldon ziet lopen. Zo snel. Natuurlijk steken speculaties over doping de kop op. Zijn spiermassa is opvallend toegenomen en hij blijft verkondigen dat hij het wereldrecord op 9"76 kan brengen. Toen hem hier gevraagd werd of hij het eens was met enkele Britse atleten die hun vertrouwen in de dopingcontrole verloren, omdat er ineens zoveel prositieve gevallen zijn, volgde hij die redenering voor een stuk: «Dat is een slechte zaak geweest voor onze sport, maar daar kan je niets aan doen. Het beste wat nu kan gebeuren is dat op de Olympische Spelen volgend jaar bloedstalen zouden genomen worden. Ik heb gehoord dat het zal gebeuren en kijk uit naar dat moment. Maar eerst wil ik de titels op 100 en 200 meter. Dan kan ik de nummerplaat van mijn Mercedes extra oppoetsen.» Op die nummerplaat staat «MO GOLD». Mo is zijn bijnaam en

gold

spreekt voor zichzelf.