«Museeuw kwaadste tegenspeler»

BR>Wereldbeker wielrennen

86ste Kampioenschap van Zürich

ZURICH -

1999 kan voor Andrei Tchmil een

grand cru

worden. Zondag start hij opnieuw in de wereldbekertrui. De Lotto-kopman kreeg het shirt bovenop zijn winst in de Primavera en heroverde de koppositie van VDB na San Sebastian. Al vijf jaar droomt Tchmil hardop van de eindzege. Nu lijkt dat mogelijk.

Op de fiets lijkt hij een man van ijzer. Onverslijtbaar, geen spier vertrekkend. Maar achter dat stalen gelaat schuilt een fijnbesnaarde, verstandige man van 36, die voor de buitenwereld altijd zijn emoties onder controle heeft. Irena en de kinderen kregen na de Primavera een uitgelaten Tchmil en zagen na het criterium in Lisieux een gebroken man thuiskomen. Tussen deze twee Tchmils door is er de Wereldbeker die hij eindelijk wil winnen.

Mosselen nog niet aan wal.

Andrei Tchmil: «Het moet voor mij Vóór de Ronde van Lombardije gebeurd zijn. Ik was er al dikwijls dichtbij. Derde in '94, tweede in '95, ook al vierde, zesde en zevende. Ik weet vooral hoe je de eindzege kan verliezen. Zo'n trui brengt veel extra-stress. Het is een etappenkoers over acht maanden gespreid. Vijf jaar geleden had in april nog niemand van Bortolami gehoord. Zowel Johan als ik bleven met lege handen achter.»Bizar, je verwacht een Tchmil in Hamburg en niet in San Sebastian na de Jaizkibel?«Vierde in Baskenland,

formidable

. Het bewijs dat ik goed uit de zomerstage kwam. De uren die Irena en de kinderen op vakantie op me wachtten, waren niet voor niks. San Sebastian liegt niet. Het waren allemaal grote motoren.Maar zwijg me van die HEW-Cyclassics-Cup in Hamburg. Dat heeft niks met de Wereldbeker te maken. Voor en na de wedstrijd een schit-te-ren-de bedoening. Alleen die koers is er te veel aan. Rond Hamburg heb je weinig om schiftingen door te voeren. Door die ellende met mijn ketting moest ik de juiste vlucht laten wegrijden. Ik had Museeuw als winnaar verwacht, het werd Celestino. Dat zegt veel over het statuut van die proef.

Pokerspel

Ondertussen verspeelde je een kans om echt uit te lopen.«

C'est la vie

. Zürich is een scharnierwedstrijd. De jongste jaren had ik er pech, maar ik was ook al eens vijfde. Op fax ziet de lus er doenbaar uit. Graag een koers die snel op gang komt, dan zijn verrassingen uitgesloten. Hopelijk wordt de tendinitis aan de rechterpols niet erger.»Wie wordt je tegenspeler van het laatste moment?«Ach, er zijn er nog veel. Het is pokeren. Johan Museeuw (een Zürich-specialist) wordt de gevaarlijkste klant. Vandenbroucke, Van Petegem... in Boogerd geloof ik minder.Vorig jaar nog Casagrande en Merckx in San Sebastian en Van Bon in Hamburg. Nu is er geen spoor van de Tourrijders?Tchmil: «Zonder Tour was Bartoli toch tweede in Hamburg en won hij Zürich. Het is al drie jaar zo. De trainingsmethoden zijn verbeterd. Een Tour kraakt je fysiek en mentaal. In mijn ploeg zijn enkel Van de Wouwer en Verbrugghe nog voldoende sterk. De Tour is een doel op zichzelf.»Denk je nog veel aan de nachtmerrie van Lisieux, waar je te laat op de antidopingcontrole was?«Natuurlijk, al heb ik sindsdien niets meer gehoord. Ik hoop bij de hoofdzetel van de UCI iets wijzer te worden. Dit kan iedereen overkomen. Renners vragen me om uitleg. Ik zag die morgen na Lisieux in een flits alles afgebroken. Ik schreef op training met een kei de telefoon van de Franse federatie op de straat. Als een gebroken man reed ik naar huis. Ik durfde niet onder de ogen van mijn vrouw Irena en de kinderen komen. Hoe moest ik dit aan Maxime uitleggen? Een vader die thuis altijd speeches tegen doping houdt.»2000 wordt je afscheidstournee?Andrei Tchmil: «Neen, ik krijg er niet genoeg van. Ik weet nu ook hoe ik een tweede wereldbekerhelft moet voorbereiden. En de Ronde van Vlaanderen staat nog altijd niet op mijn boek. Ook in 2001 ben ik nog coureur!»