«Misschien ben ik te beleefd»

DILSEN-STOKKEM -

SK Lommel is vanavond als eerste ploeg te gast bij fusieclub Germinal Beerschot Antwerpen. Na de winst op de eerste speeldag tegen Lokeren staat voor Jacky Mathijssen (36) het maximum op het spel.

Luc MARTENS

BR>Mathijssen begint aan zijn zevende jaar bij Lommel en is er na het wegvallen van Vanveldhoven en Cannaerts de man met de langste dienststaat. Na twee kwakkelseizoenen is hij opnieuw de

number one

in het Lommelse doel. En in Lokeren zullen ze dat geweten hebben. Vorige zaterdag ging hij ver in het veld de Lokerense aanvaller Kozak opvangen, om nog in dezelfde fase en na een fikse tussenspurt een volley van Chris Janssens uit zijn doel te ranselen. «Een trainingsbal,» zo lacht Mathijssen die

save

weg. «Ik kon de hele fase lang het zicht op de bal houden. Ik wist dat ik er nog ging aankunnen. Die bal rond de paal foefelen, dat was nog het moeilijkste. Normaal keeperswerk was het alleszins niet.»

Dit moet het laatste seizoen van Jacky Mathijssen bij SK Lommel worden. «Daar ga ik toch vanuit. Ik werk helemaal in functie van het nakend afscheid. Tenzij de club vindt dat ik nog goed genoeg ben voor een jaartje extra...»

De redactie trok daarom als de bliksem naar huize Mathijssen, onze tweede man in de serie '10X'.

Lady Di

«Die naam vergeet ik nooit en zal voor altijd verbonden blijven met het ongeval dat ik einde augustus '97 in de wedstrijd tegen RWDM had. Ik raakte aan het hoofd gewond: schedelbarst en een gesprongen adertje onder mijn hersenpan. Die nacht nog werd ik in Genk geopereerd. Om 7 uur 's morgens werd mijn familie naar de

intensive care

geroepen om bij mijn ontwaken te zijn. Iemand van het verplegend personeel zegde me dat ik ondanks alles geluk had, dat ik er wél was doorgekomen. Ladi Di was dezelfde nacht in Parijs verongelukt en had de morgen niet meer gehaald.»

Kai Nyyssönen

«Dat is de jongen die me in die bewuste match aan het hoofd heeft geraakt. Ik verwijt hem niets. Het was een voetbalongeval waarvan niemand kan zeggen dat het hem nooit zal gebeuren. Ook als doelman kan ik een speler ongelukkig verwonden. Nyyssönen is me drie dagen later in het ziekenhuis komen opzoeken in het gezelschap van Guy Vandersmissen. Hij heeft zich verontschuldigd. Meer moest dat niet zijn, meer had ik ook niet verwacht. Waar hij nu voetbalt? Ik zou het echt niet weten. Verzekeringstechnisch was er een probleem. Iemand moest toch aansprakelijk gesteld worden voor het ongeval. Daar ben ik me pertinent tegen blijven verzetten, ik heb die jongen nooit als schuldige willen aanduiden.»

Revalidatie

«Wat doe je na zo een blessure. Stoppen of doorgaan? Een zestal weken na mijn ongeval heb ik beslist een oplossing naar de sport toe te zoeken. Daar was een nieuwe operatie voor nodig. Door die schedelfractuur was er een probleem met de stevigheid. De dokters hebben er toen een bescherming over gezet. Daarna ben ik gaan revalideren in functie van een terugkeer als profsporter. We wisten niet waar ik zou uitkomen. Als het niet lukte om terug te keren onder de lat, had ik tenminste een goede revalidatie achter de rug. Het programma heb ik samen met een aantal specialisten uitgedokterd. Los van de club. Walter Meeuws had er problemen mee. Uiteindelijk ben ik teruggekomen, tegen 100 procent.»

Walter Meeuws

«In zijn eerste seizoen als trainer was ik titularis. Sportief ging het toen prima met Lommel. Maar tussen Meeuws en mij klikte het niet. Hij heeft me nooit duidelijk gemaakt of hij echt achter mij stond. Aan het einde van het seizoen heb ik aan het bestuur gevraagd mijn contract te verbreken. Onze wegen konden beter scheiden. Maar Meeuws en de voorzitter wilden dat ik bleef. Ik had dat beter niet gedaan. Patrick Nys werd titularis. Met die keuze kon ik mij nog verzoenen. Dat hoort er nu eenmaal bij. De manier waarop dat allemaal gebeurde, vond ik stuitend. Meeuws heeft veel kwaliteiten, kan zelfs een uitstekende bondscoach worden, maar op die bewuste periode in Lommel zal hij nooit met grote fierheid kunnen terugkijken.»

Patrick Nys

«Het eerste seizoen verliep de samenwerking zeer moeilijk. Dat had niets met Patrick te maken, maar alles met de manier waarop hij als eerste doelman was gekozen. Lei Clijsters koos vorig seizoen ook voor Nys. Dat gebeurde correct op een vooraf afgesproken manier. Daarna zijn we collegiaal met mekaar omgegaan. Net voor de start van de trainingen bij Lierse heb ik hem gebeld om hem succes te wensen.»

Jean Nicolay

«De stap van tweedeprovincialer Dilsen naar Winterslag in eerste klasse was enorm. Voor het eerste echte trainingen. Dat was afzien. Ik combineerde Winterslag met mijn studies voor regent Lichamelijke Opvoeding en moest de concurrentie aangaan met twee andere keepers. Ik ben er een schouder breder geworden. Ik heb er het geluk gehad Jean Nicolay als trainer te leren kennen. Wat doelwachters betreft toen een absolute autoriteit. Hij heeft me ervan overtuigd dat ik het kon. Ik voelde dat er iets was, dat ik wel eens een echte keeper kon worden, dat ik er misschien mijn beroep van kon maken.»

Aimé Anthuenis

«Ik heb Aimé in Charleroi leren kennen. De eerste trainer die niet voor mij had gekozen, want ik was er al voor hem. Anthuenis had toen nog niet dezelfde uitstraling als vandaag. Maar het was wel de eerste trainer die Charleoi op een consequente, doordachte manier trainde. Daarvoor was de mentaliteit er nog al

zuiders

. Aimé kon perfect inschatten wat en wie hij nodig had om een bepaalde doelstelling te realiseren. Na één seizoen was hij al weer weg. Waarschijnlijk omdat hij besefte dat hij nooit de middelen zou krijgen om de verwachtingen die in Charleroi leefden in te lossen. Achteraf is gebleken dat hij het bij het rechte eind had.»

Topclub

«Ik heb nooit bij een topclub gewerkt. Dat vind ik nog altijd een groot tekort in mijn carrière. Vorig seizoen is er even sprake geweest van Anderlecht waar ik als tweede keeper aan de slag zou kunnen. Dat is spijtig genoeg niet doorgegaan. De nummers 2,3 en 4 zijn daar zo goed betaald dat ze er niet meer wegwillen. Vooral de sfeer in de kleedkamer van een topclub heb ik gemist. Als Charleroi een internationaal had, was die man onaantastbaar, durfde de trainer met hem zelfs niet in discussie te gaan. Bij een

topclub ligt dat anders. Hoe ga je met vedetten om? In functie van een latere trainerscarriére is dat een gemiste ervaring.»

Jaak Mathijssen

«Mijn vader was vier jaar lang mijn trainer bij Dilsen. De strengste die ik ooit heb gehad. Dat zal hij graag lezen. Misschien heeft hij van mij een 'te beleefde' jongen gemaakt. In een spelersgroep ben ik vaak de rustigste van de hele bende. Er is mij altijd ingepompt geen

dikke nek

te hebben, mijn tijd te pakken voor ik mijn mond opendoe. In het voetbalmilieu gaat het er vaak iets ruiger aan toe. Ik prijs me gelukkig met zo een vader. Hij staat ook altijd klaar voor iedereen. Hopelijk kan ik een even goede vader voor mijn dochterje zijn, al wordt dat niet gemakkelijk.»

Franky Van der Elst

«Een man waarvoor ik heel veel respect heb, als voetballer maar vooral als mens. Hij is altijd zichzelf gebleven, hoe groot zijn successen als voetballer ook waren. Indrukwekkend ook hoe hij tien seconden na affluiten, stikdood en dampend van het zweet, ontzettend rake matchanalyses kan maken. Franky gaat het maken als trainer, hij durft te zeggen waar het op staat.»