Fusies en overnames houden beurs levendig

HASSELT -

Dinsdag kwam het bericht dat drie belangrijke spelers op de aluminiummarkt de krachten gaan bundelen. Het Canadese Alcan, het Franse Pechiney en het Zwitserse Alusuisse Lonza overvleugelen met hun drieën Alcoa als de nummer één op de aluminiummarkt. Een dag later kwam al het antwoord van Alcoa, dat met een bod ter waarde van 5,6 miljard USD op Reynolds Metals zich opnieuw van de leidersplaats op de markt probeerde te verzekeren. De beurs houdt van dit soort vuurwerk, want fusies en overnames vertalen zich meestal in hogere aandelenkoersen.

Jos STERK

BR>

De concentriegolf trof deze week de aluminiumsector, maar ook in andere bedrijfstakken gonst het van de geruchten. De beleggers profiteren rechtstreeks van deze evolutie, want fusies en overnames worden op de beurs meestal goed onthaald. Een goed voorbeeld daarvan kregen we vorige week, wanneer in de chemiesector Dow Chemical de overname van Union Carbide aankondigde. De koers van laatstgenoemd aandeel maakte meteen een sprong van meer dan 20 procent.

Fusies en overnames brengen op de beurs leven in de brouwerij, maar wat brengt bedrijven ertoe om een concurrent over te nemen dan wel met een fusievoorstel naar de aandeelhouders te stappen? Van verliefdheid is natuurlijk geen sprake, in de meeste gevallen gebeurt een fusie of overname onder druk van de aandeelhouders.

Volgen

Marc Van Den Eede van Fortis zette de belangrijkste redenen even op een rijtje: «Op de eerste plaats willen de bedrijven een stuk aandeelhouderswaarde creëeren door efficiënter te gaan werken. Die aandeelhouders zijn maar op één manier te plezieren en dat is door de beurskoers op te krikken. Daarnaast zijn fusies en overnames een modeverschijnel geworden. De grote spelers op de markt bundelen de krachten en de rest moet noodgedwongen volgen. Maar het verleden heeft uitgewezen dat overnames en fusies dikwijls op een mislukking uitlopen. Natuurlijk zijn er ook zinvolle fusies, met als schoolvoorbeeld die van Chrysler en Daimler-Benz. De vraag dient echter steeds te worden gesteld of er als gevolg van een fusie of een overname ook op lange termijn meerwaarde wordt gecreëerd.»

Analiste Murielle David van Bonnewijn, Renwart & Cie ziet zowel voor- als nadelen verbonden aan de concentratiebeweging: «Meestal bundelen bedrijven de krachten om de kosten te drukken. Een verlaging van de kosten verhoogt de winstmarges en laat een hogere van de koers van het aandeel op de beurs toe. Daarom worden dit soort operaties meestal positief onthaald door de beurs. De keerzijde van de medaille is meestal het sociale luik, want doorgaans sneuvelen er bij een fusie of overname heel wat jobs. Wat België betreft, zie ik in de distributiesector nog wel iets bewegen. Zowel Delhaize, Colruyt als GIB zijn Europees gezien te klein om het op hun eentje te rooien. Met de komst van Wal-Mart naar Europa, kunnen we aan de vooravond van een concentratietendens in de Belgische distributiesector staan.»