Gekte in 'Peulengaleis'

BOECHOUT -

Boechout, het land van de tamtam, uitgestrekte velden en tractoren, gaat sinds kort door het leven als het land van de kleinste televisie-studio ter wereld. Vanaf september worden Bart Peeters en Hugo Matthysen losgelaten op de vrienden en vijanden van Canvas met

Het Peulengaleis

, door Stijn Coninx ingeblikt in het tuinhuis van Bart Peeters.

Sam VALKENBORGH

BR>

Het nieuwe televisieseizoen telt alvast één ding om naar uit te kijken: 'Het Peulengaleis', de tv-versie van 'Het Leugenpaleis'. Iedere vrijdagavond om 22.15u mogen Bart en Hugo hun maffe ding doen op Canvas, met een herhaling op zaterdag (22.30u). Eindelijk, hoor ik u zeggen, maar het idee is niet nieuw. «Al vanaf het begin van 'Het Leugenpaleis' wilden we een televisieversie maken», zegt producent Rick Tubbax. «Maar het was zoeken naar een goede omwisselsleutel, want de typische, improviserende humor omzetten naar het scherm is niet evident. En televisie is een veel grotere machine.»

Regisseur Stijn Coninx had de oplossing in handen: 'hou het simpel'. Hij trommelde een amper zeskoppige ploeg op - hemzelf, Peeters en Matthysen inbegrepen - en vloog het tuinhuis van Bart Peeters in, om er in alle rust de nieuwe serie in te blikken. Simpeler kan niet. En het resultaat mag er zijn. Maar verwacht geen pure vertaling van de zondagse radioshow, oude rotten als Arne Faes en Clement Peerens komen nog wel aan bod, andere typetjes sneuvelden in de televisiefilter. «Het is nooit de bedoeling geweest om letterlijk te vertalen,» benadrukt Peeters. «Dat heeft soms praktische bezwaren. Zeg nu zelf, hoe moeten Hugo of ik nu een typetje als Evelyn Pattyn in beeld brengen, om er maar één te noemen?»

Keerborstel

Kim de Hert blijft wel in beeld, zij het als decoratiestuk op het rode decor, geflankeerd door een tuinkabouter en een keerborstel, in het gezelschap van een elektrische gitaar en een fles limonade. «Dat decor is ons basisding, en komt een keer of vijf terug per aflevering in beeld. Met ons op de voorgrond weliswaar», aldus Peeters. Over de samenwerking met regisseur Coninx is de televisiemaker absoluut tevreden. «Op een zachte manier houdt hij het in de hand. Hij laat ons wel vrij, maar kiest uiteindelijk wel welke take het wordt, want je kan jezelf niet beoordelen. En elke take is anders. Daar zorgt het hoge improvisatiegehalte wel voor.» En de slappe lach? «De slappe lach is soms onvermijdelijk, maar we hebben die toch proberen te doseren. Eigenlijk is het grootste verschil dat we nu in plaats van een team van twee een team van zes hebben, wat natuurlijk nog ontzettend klein is. Maar met zo weinig mensen gaat het sneller, je kan je veel meer permitteren.»

Iets wat ook Stijn Coninx beaamt, met 'Het Peulengaleis' aan zijn proefstuk op televisie toe. «Zij zijn het brein», zegt de regisseur. «Zij doen hun ding, en ik anticipeer daarop. En dat is heel ontspannen, want je moet geen dialogen gaan herschrijven en dergelijke. Het is allemaal heel relax met zo'n klein kliekje, je mag je al eens vergissen.»

Ook Coninx is absoluut tevreden over het resultaat. «Het is zoals met Woody Allen: je bent ervoor of juist niet. Hugo en Bart proberen mekaar constant te verrassen. Hugo gaat elke take weer een totaal andere richting uit. Dat is een ras apart, en van Bart druipt de ervaring af. Soms lagen we plat van het lachen, we durfden mekaar gewoon niet in de ogen kijken.» Nu de kijker nog, maar met Helmut Pocahontas, een Indiaanse Tiroler met een identiteitscrisis, 'Koken met Jezus' en Gregor, de verkouden Oezbeekse vrijheidsstrijder die verdacht veel trekjes vertoont van een Boechoutse cafébaas, mag dat geen probleem zijn.