«Ik wil niet beroemd zijn»

Van onze verslaggever terplaatse

Marc CORNELISSEN

BR>

BOEDAPEST -

Hij is dikwijls vergeleken met Ayrton Senna. Niet zozeer omdat hij aan een stuur kan draaien, maar vooral omdat hij een paar gelaatstrekken met de Braziliaan gemeen heeft. «Al in de karting zegden ze dat,» glimlacht Jarno Trulli. «Maar de vergelijking komt niet van mij. Ik heb teveel respect voor de man en de piloot om me daaraan te wagen. En denk vooral niet dat ik het erom doe.» De carrière van Trulli gaat met rasse schreden vooruit. Na achttien autoraces mocht hij - op 22-jarige leeftijd al - naar de F1. Volgende week maakt hij wellicht bekend dat hij naar Jordan gaat. «Ik zie niemand die sneller is,» zegt hij zelfbewust. «Schumacher inbegrepen.»

Jarno Trulli mocht de stiel leren bij Prost-Peugeot, waar hij van Olivier Panis een oude man maakte. Komende winter stapt hij waarschijnlijk over naar Jordan. Prost heeft nog een contract met hem, maar dat vervalt als het team na deze GP van Hongarije niet bij de eerste zes staat in de ranking voor constructeurs. En daar ziet het niet naar uit.

Trulli staat op de rand van de doorbraak, maar blijft er sereen onder. Hij is geboren in Pescara, maar woont op zijn 25ste nog altijd bij zijn ouders in Francavilla. Het Italiaanse vrouwvolk ligt nochtans aan zijn voeten, blijkt uit de fanmail.

«Wie me een brief schrijft, krijgt altijd een antwoord. Behalve één zestienjarige, die me iets te ver gaat. Ze weet niet van ophouden. Elke brief begint met

mon amore

. Het is een van de aspecten van deze job waar ik niet van hou. Ik wil helemaal niet beroemd zijn. Ik heb een hekel aan TV-shows en als ik al last heb van stress, dan komt die van de Italiaanse pers. Ze blijven maar vragen stellen over Giancarlo Fisichella. Ook een goeie rijder, maar hij interesseert me gewoon niet.»

Schumacher

Italië is een racegekke natie, maar mist al jaren een eigen toprijder. Eindelijk staat er een nieuwe lichting klaar, maar Trulli is niet de favoriet. De Italiaanse federatie probeert al jaren Fisichella naar de top te lobbyen, maar stak nog nooit een vinger uit naar Trulli. Zegt die zelf.

Zijn ontdekker is Flavio Briatore, die hem oppikte uit de karting, waar hij alles won wat er te winnen was. Briatore doopte hem tot

Italië's grootste hoop sinds Alberto Ascari

, liet hem de Duitse F3 winnen en dropte hem dan in de F1 bij Minardi en Prost. En dat me amper achttien autoraces achter de kiezen.

«Ik had graag wat meer eenzitterij-ervaring gehad voor mijn F1-debuut. Nu moet ik de stiel leren in de zwaarste discipline die er is. Maar anderzijds: in mijn eerste jaar bij Prost had ik een goeie auto en was ik meteen competitief. Vergeet niet dat ik in de karting meer dan 1.000 starts achter de rug heb. Ik begon op mijn negende en had op mijn vijftiende m'n eerste profcontract op zak. Vanaf toen is afstellen en telemetrie analyseren mijn beroep.»

Aan zelfvertrouwen en vastberadenheid ontbreekt het Trulli niet.

«Ik moet nog veel leren, maar ik zie niet in waarom ik trager zou zijn dan een ander. Er is geen echte nummer 1 in de F1. Ook Schumacher niet. Aan de manier waarop hij wereldtitels heeft verloren, zie je dat hij geen robot is. Hij is ook maar een mens.»