Annan: daders plegen misdaad tegen VN én Irak

Tal van politici hebben dinsdag de bloedige aanslag op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in Bagdad veroordeeld. De Veiligheidsraad van de VN sprak van "een terroristische aanslag". Secretaris-generaal Kofi Annan noemde de aanslag "niet uitgelokt en moorddadig".

AP Ned

Op het hoofdkwartier van de VN in New York heerste grote verslagenheid op het vernemen van de dood van Annans hoogste vertegenwoordiger in Irak, de Braziliaanse topdiplomaat Sergio Vieira de Mello. De nationale vlaggen op het gebouw werden onmiddellijk gestreken en de witte VN-vlag werd halfstok gehangen. Annan onderstreepte dat de VN-medewerkers in Irak daar voor maar één doel naartoe waren gegaan: "Het Iraakse volk helpen zijn onafhankelijkheid en soevereiniteit te herwinnen, en het land zo snel mogelijk opnieuw op te bouwen onder leiders van eigen keuze." Hij vervolgde: "Ik hoop degenen die deze gewelddaad hebben gepleegd zo snel mogelijk voor het gerecht te brengen, maar bovenal hoop ik zo snel mogelijk een vreedzaam, veilig en volledig onafhankelijk Irak te zien."

Nadat duidelijk was geworden dat Vieira de Mello een van de dodelijke slachtoffers was, gaf Annan een verklaring uit waarin hij zei dat de moordenaars "niet alleen een misdaad hebben gepleegd tegen de Verenigde Naties, maar tegen Irak zelf". Hij noemde Vieira de Mello "een buitengewoon dienaar van de mensheid" en diens verlies "een bittere slag voor de VN en voor mij persoonlijk". Annan voegde hieraan toe: "Ik kan niemand bedenken die wij minder konden missen."

Vieira de Mello's woordvoerder in Bagdad, Salim Lone, noemde de VN-gezant "een prachtkerel" die "op een bepaalde wijze de VN wás". Lone merkte verder op Vieira de Mello "altijd daar was waar lijden plaatsvond".

De Veiligheidsraad onderbrak een zitting over het Midden-Oosten en gaf daarna een verklaring uit waarin "de terreurdaad" scherp wordt veroordeeld. De vijftien lidstaten verklaren voorts dat "dergelijke terroristische incidenten niet de wil van de internationale gemeenschap kunnen breken om haar inspanningen voor hulp aan het volk van Irak te intensiveren".

De Amerikaanse president George Bush noemde de daders "vijanden van de beschaafde wereld". Het reddingswerk verdient de grootst mogelijke prioriteit, zei Bush. De Amerikaanse president voerde vanaf zijn ranch in Texas telefonisch overleg met de hoogste bestuurder voor Irak, de Amerikaan Paul Bremer, en met VN-secretaris-generaal Kofi Annan.

"De daders stellen de wil van Amerika op de proef om het terrorisme te bestrijden", zei Bush. "En ondervinden in de hele wereld dat onze wil niet kan worden gebroken." Bush verklaarde dat de aanslag de toekomst van Irak niet zal beïnvloeden. "Ieder teken van vooruitgang in Irak maakt de terroristen en de restanten van Saddams wrede regime nog wanhopiger", voegde hij er aan toe. Bremer haastte zich persoonlijk naar het verwoeste VN-kantoor in Bagdad. De door de Amerikanen geleide coalitie in Irak zal nog meer dieptepunten te verwerken krijgen, maar zal niet van haar koers afwijken, zei hij.

Paus Johannes Paulus II stuurde zijn condoleances naar de VN en de verwanten van de slachtoffers en riep iedereen op "de wegen van haat te verlaten". De Italiaanse premier Silvio Berlusconi noemde Vieira de Mello een "illustere dienaar van de internationale gemeenschap, die tot aan het hoogste offer de idealen van de Verenigde Naties vertegenwoordigde".

Premier Tony Blair van Groot-Brittannië zei dat de aanslag nog eens de juistheid onderstreept van de Amerikaanse en Britse beslissing om het regime van Saddam Hussein te verwijderen. "Wij zullen onze vastbeslotenheid om een beter Irak te bewerkstelligen niet door terroristen laten verzwakken." Blair zei dat Vieira de Mello "geweldig werk" deed om vrede en stabiliteit te brengen in Irak en noemde zijn dood "een groot verlies".

De Britse minister van buitenlandse zaken Jack Straw wees erop dat de aanslag vooral mensen heeft getroffen "die zichzelf hebben gewijd aan de totstandbrenging van een betere toekomst voor Irak en het Iraakse volk". Straw sprak van "een aanval tegen Irak, zijn volk en de hele internationale gemeenschap". Hij zei dat de aanslag duidelijk maakt dat er nog altijd "genadeloze en misdadige personen op vrije voeten zijn" in Irak en dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië gelijk hadden toen zij besloten Saddams bewind omver te werpen.

"Dit zijn duidelijk heel, heel roekeloze mensen, van het soort dat het regime-Saddam steunde", zei Straw. De vraag of er meer troepen in Irak nodig zijn wilde hij niet beantwoorden, maar hij erkende dat er opnieuw naar de veiligheidssituatie in het land moet worden gekeken.

Rusland noemde de aanslag "een barbaarse daad" gericht tegen de stabilisering van Irak. Het Russische ministerie van buitenlandse zaken stelt dat de aanslag de noodzaak bevestigt van "een bredere en gezamenlijke deelname van de internationale gemeenschap in Irak". Rusland heeft er voortdurend op gehamerd dat de VN in Irak een veel grotere rol krijgen dan Washington toestaat. Het steekt Rusland net als een aantal andere landen in de Veiligheidsraad dat de hoogste civiele bestuurder voor Irak een Amerikaan is en dat het interim-bestuur door de VS is benoemd.

De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder verzekerde Annan van Duitslands "volledige steun" en noemde het in het nationaal belang van Duitsland mee te werken aan de wederopbouw van Irak. Schröders minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer sprak zijn afschuw uit over de aanslag en zei dat Duitsland zich opnieuw voor een centrale rol van de VN in Irak zal inzetten. Fischer noemde de dood van Vieira de Mello "een onvervangbaar verlies voor de Verenigde Naties". De aanslag bestempelde hij als "een aanslag op de toekomst van het Iraakse volk".

De Franse president Jacques Chirac zei "verontwaardigd" te zijn en sprak zijn "totale veroordeling" uit. Hij noemde het werk van de VN in Irak "voorbeeldig en essentieel" en prees Vieira de Mello voor diens "intelligente en moedige" optreden.

De voorzitter van de Iraakse bestuursraad, Ibrahim al-Jaafari, zei te geloven dat de aanslag het werk is van "restanten van de vroegere inlichtingendiensten". Al-Jaafari, die een rondreis door Arabische landen maakt en dinsdag in Bahrein verbleef, noemde de aanslag "de kus des doods" voor het afgezette regime. "Geloof me, er is geen enkele sympathie voor deze misdadigers onder gewone Iraakse mensen."