Borstkanker zaait sneller uit bij jonge vrouwen

Limburgse cijfers geven dus 6,2 procent jonge vrouwen met borstkanker te zien, tegenover 2 tot 3 procent elders.

D.Vdl.

BR>«Voor dat hogere percentage is er geen directe uitleg, tenzij het feit dat Limburg een erg jonge bevolking heeft,» zegt dr. Janssens. «In elk geval was dat een van de elementen die ons deed beslissen om deze studie hier uit te voeren, temeer omdat er in de internationale literatuur nogal wat verwarring en twijfel bestaat over de prognoses ivm jonge kankerpatiënten. Er waren drie hypothesen: de prognoses zijn beter dan bij oudere patiënten, ze zijn gelijk of ze zijn slechter.»

Het onderzoek startte in 1983. Onder de 35 jaar waren er 63 patiënten, 448 patiënten waren tussen 36 en 49 jaar en 774 patiënten boven de 49 jaar. De prognose voor patiënten tussen 25 en 35 jaar bleek drie jaar na de diagnose veel slechter dan voor oudere patiënten. Ze kregen veel sneller een uitzaaiing. Had zich echter vijf jaar na ontstaan van de ziekte in deze groep geen terugval voorgedaan, dan bleef die uitzaaiing ook vrijwel altijd uit en stabiliseerde de ziekte zich, in tegenstelling tot oudere borstkankerpatiënten bij wie de terugval op gelijk welk tijdstip kon gebeuren.

Dr. Janssens: «Helaas zijn er bij heel jonge kankerpatiënten weinig elementen om te herkennen dat zich een teruval aandient, in tegenstelling tot borstkanker bij oudere patiënten. Bij die laatsten zijn bijvoorbeeld de tumoren veel groter, iets wat bij de jongeren niet het geval is. Het is voor ons duidelijk dat borstkanker bij jonge patiënten zich anders ontwikkelt dan bij ouderen.»

De studie werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift 'Woman and Cancer'. Ze werd uitgevoerd door uitsluitend Limburgse artsen van verschillende ziekenhuizen en van het Dr. Willems Instituut (LUC).