Turkse president ondertekent amnestiewet Koerdische rebellen

De Turkse president Ahmet Necdet Sezer heeft dinsdag een amnestiewet ondertekend voor Koerdische rebellen. Met uitzondering van de leiders van de opstand komen Koerdische rebellen in aanmerking voor een lagere straf als ze de wapens neerleggen en zich melden bij de Turkse autoriteiten. Het parlement gaf vorige week zijn goedkeuring aan de wet, waarvan de Turkse regering hoopt dat hij leidt tot de overgave van een groot aantal Koerdisch-Turkse rebellen die zich waarschijnlijk in Noord-Irak bevinden.

AP Ned

De Koerdische rebellen vochten van 1984 tot 1999 een bloedige strijd uit voor onafhankelijkheid. Daarbij kwamen ongeveer 37.000 mensen om het leven. De toenmalige Koerdische Arbeiderspartij (PKK) kondigde in 1999 na de gevangenneming van PKK-leider Abdullah Öcalan een eenzijdig bestand af. De Turkse regering weigert mee te doen met een staakt-het-vuren en stelt dat alle rebellen zich over moeten geven en heeft het leger opdracht gegeven de opsporing van rebellen voort te zetten.

Onder de amnestiewet worden Koerdische rebellen die niet betrokken zijn geweest bij gewelddaden gevrijwaard van rechtsvervolging wanneer zij zich overgeven. Degenen die wel een actieve rol hebben gespeeld bij de gewapende strijd krijgen een lagere gevangenisstraf. Zij moeten in ruil daarvoor wel informatie geven over de Koerdische rebellenbewegingen.

De regering verwacht dat ongeveer de helft van de naar schatting 4.500 Koerdische rebellen zich onder de amnestiewet zal overgeven.