Ludo Clijsters: «Rijkere eersteklassers laten enorme kansen liggen»

Eisden-

Straks vormt het Patro-stadion al voor het dertigste seizoen het decor van een tweedeklasse-competitie. Een nationaal record zondermeer. Maar na amper één seizoen mocht het nieuwbakken Maasland ook al ervaren dat tweede nationale allesbehalve een lucratief oord is en meer dan ooit het synoniem

vagevuur

verdient.

Jos MISCORIA

BR>Tussen de onderhandelingen met afgevaardigden van een brouwerij door, vindt Maasland-manager Ludo Clijsters op het terras van Grand Café 'I Fratelli', trouwe paarswitte gastheer bij uitstek, de tijd om Maasland en tweede nationale

door te lichten

.

«In principe zou je in tweede voor gemiddeld 1500 toeschouwers moeten spelen om een budget van 25 miljoen te rechtvaardigen. De meeste clubs komen evenwel amper aan de helft», legt Ludo Clijsters, die zichzelf liever

meid voor alle werk

dan manager noemt, de vinger meteen in de open wonde.

Waar in een vorig leven de derby's tegen Winterslag, Waterschei, Tongeren, STVV, Lommel of Beringen het toeschouwersgemiddelde omhoog dreven, moet de Maaslandse tweedeklasser het de voorbije seizoenen ook nog zonder gouwgenoot stellen.

Almaar meer tweedeklassers legden de laatste jaren de boeken neer. Rampzalig scenario dat Patro Eisden vorig jaar slechts op het nippertje kon ontlopen, al moest het er wel de naam bij inschieten.

«Veel mensen beseffen blijkbaar ook vandaag nog niet dat het destijds gedaan was met Patro en dat de club enkel is kunnen blijven verderbestaan door de tussenkomst en inspanningen van het trio Craeghs-Swenters-Billen», herinnert Clijsters.

Vijf miljoen schuld

«We zitten momenteel nog met een erfenis van om en bij de 5 miljoen schuld. Deficit dat we stabiel hebben kunnen houden. Het vorige werkjaar sloten we immers met een nuloperatie af.»

Toch kreeg het enthousiasme van Maasland, dat in eerste instantie een platform wilde creëren voor een grootschalige samenwerking of zelfs een fusie, een enorme deuk. De afkerige houding van mogelijke fusiekandidaten, het uitblijven van nieuwe hoofdsponsors en het afhaken van trouwe geldschieters doet de financiële strop alsmaar pijnlijker knellen. In zoverre dat hier en daar al gesuggereerd wordt dat Maasland met moeite december zal halen.

«De club verkeert in een situatie dat er dagelijks geknokt moet worden om de nodige centjes op tafel te krijgen», geeft Clijsters grif toe. «Maar onze toestand is zeker niet dramatisch. Als ik zie dat de tweedeklassers een gezamenlijke RSZ-schuld van 92 miljoen achter zich slepen en ons aandeel hierin slechts 1,5 miljoen bedraagt, dan behoort Maasland zondermeer tot één van de financiëel gezondste clubs van de reeks. Mocht de geplande fusie er zijn gekomen, dan was de voetbaltoekomst in de regio op dit niveau verzekerd. Nu blijft het een harde strijd.»

Stadion en kweekvijver

«Gelukkig is er het perspectief van een nieuw stadion. Dat moet ons de nodige impulsen geven ons vooropgestelde doel te bereiken. Voor wie het mocht vergeten zijn: de jongeren uit de regio de kans bieden zich op tweedeklasse-niveau te ontplooien.»

Of hiermee ook de leefbaarheid van een club als Maasland veilig gesteld wordt?

«Als we onze eigen opgeleide spelers onder contract kunnen houden, zeker wel. Mits een optimale jeugdwerking is tweede klasse toch een ideale kweekvijver. Spijtig genoeg beseffen onze

rijkere

eersteklassers dit niet. Volgens mij laten ze hier een uitgesproken kans liggen zichzelf

goedkoper

te bevoorraden. Van het geld dat er nu soms in één transfer gestoken wordt, zouden wij een continue werking van tien jaar kunnen opzetten. Met de garantie dat we elk jaar één tot twee spelers zouden kunnen afleveren. Kijk maar naar hetgeen Genk hier de voorbije jaren al is komen wegplukken. De eersteklassers zouden zich tot de dichtstbijzijnde tweedeklassers moeten wenden voor zo'n doorgedreven samenwerking. Als zelfs een monument als Manchester United het nut ervan inziet, waar wachten onze tenoren dan nog op? Zelf hebben we al verscheidene keren getracht besprekingen met KRC Genk op gang te brengen. Maar bij Racing worden ze momenteel met zulke overweldigende groeiproblemen geconfronteerd, dat dit thema voorlopig niet aan de orde komt. Misschien hebben de eersteklassers wel een ruggesteuntje van bondswege nodig. De tweedeklassers zouden ook zelf het initiatief kunnen nemen en zich eindelijk eens in een sterker blok verenigen in plaats van in een hoekje te kruipen.»