«Ik viel in een gat»

ANDERLECHT/BRUGGE -

EURO 2000 nadert met rasse schreden. Tien maanden nog en dan is het zover. Wie nog geen vaste basisplaats heeft en de boot niet wil missen, mag zich niet meer op een fout laten betrappen. Maar wat blijkt? Walter Baseggio (bijna 21) en Olivier De Cock (23) - twee van de jongste kanshebbers op een selectie - startten het seizoen naast de ploeg. We peilden bij de Anderlechtenaar naar zijn gevoelens.

Y.T.

BR>

«De een zijn dood is de ander zijn brood», zegt Walter Baseggio, een klein glimlachje op de mond. Een minuut eerder had Baseggio van Enzo Scifo gehoord dat hij drie maanden out was. «De blessure van Enzo is mijn geluk. Hoe hard dat ook klinkt. Ik vind het bijzonder jammer voor hem, want uitgerekend hij heeft mij de voorbije weken uit de put gehaald.»

Baseggio is volgens zijn collega's pas sinds enkele dagen weer de oude. Het besef dat hij zijn basisplaats voor de verdediging onder Aimé Anthuenis heeft moeten prijsgeven aan Oleg Iachtchouk, heeft hem veel pijn gedaan. «Bij de herneming van de trainingen voelde ik me heel goed. Ik stond scherper dan de voorbije jaren en was blessurevrij. Toen ik merkte dat de trainer niet voor mij zou kiezen, viel ik in een gat. Ik ga niet zeggen dat het een mes in mijn rug was, maar de ontgoocheling was groot. Ik voelde me plots helemaal niet lekker meer in mijn vel.»

Niemands been breken

De Tubekenaar beseft dat het een speciaal jaar is. «EURO 2000 komt eraan. Ik kan me niet veroorloven een jaar op de bank te zitten. EURO 2000 moet het hoogtepunt worden van mijn carrière. Ik heb nog een vierjarig contract en voel me goed, maar dat tornooi is dé gelegenheid om me te tonen aan Europa. Veel mensen praatten de voorbije dagen op me in. Verschueren, Scifo, mijn familie: iedereen gaf me moed. Uiteindelijk zijn dit dingen die gebeuren in een carrière. Ik heb intussen de draad weer opgepikt en train keihard. Het vertrouwen is terug, want ik mag niet falen.»

Baseggio durft er niet aan te denken dat hij bij de terugkeer van Scifo weer naar de bank zou verhuizen. «Maar ik moet er rekening mee houden dat dat kan. Enzo heeft meer ervaring dan ik. Ik heb een enorme bewondering voor hem. Als ik mijn plaats verlies, zal ik dat moeten aanvaarden. Ik ga niet iemands been breken op training om een plaats te veroveren. Misschien ben ik te braaf voor deze wereld, maar dat is nu eenmaal mijn aard.»