Elke dag een eclips

Het zal u vandaag wat moeite kosten om uw nieuwsgierigheid te bedwingen. Vergeet dan niet dat oogartsen - en de vroegere slachtoffers natuurlijk - als geen ander weten wat de gevolgen kunnen zijn van zo'n onbekommerd staren naar de zon. Voor eens en altijd: opzetten, die eclipsbril.

GPD/St.G./A.O.

BR>Wat gebeurt er nu precies als je (met of zonder zonsverduistering) recht in de zon kijkt? Het beeld dat wij morgenmiddag zullen waarnemen, wordt op ons netvlies geprojecteerd. In het centrum van dat netvlies ligt de zogenaamde

gele vlek

, de plaats waarmee we scherp kunnen kijken in ons gezichtsveld. En centraal in die gele vlek bevindt zich de

fovia

, het meest kwetsbare deel van het netvlies. Wordt de fovia té lang bestraald met té fel licht, dan leidt dat letterlijk tot een soort brandgat. Die schade is onherstelbaar. Maar er kan ook oedeem - een vochtophoping - op het netvlies optreden, waardoor de gezichtsscherpte ook blijvend kan verminderen. Met als gevolg voor een slachtoffer dat het centrale deel van zijn beeldveld verdwijnt. Het ziet eruit als het nabeeld dat je normaal een paar seconden op je netvlies houdt als je even in een felle lichtbron kijkt. Alleen verdwijnt dat nooit meer en zie je dus zowat iedere dag een eclips.

Zo ondervond in 1829 Joseph Plateau die blind werd door nog geen halve minuut naar de zon te kijken. De wetenschapper schreef een proefschrift over de eigenschappen van lichtindrukken op het oog. Voor zijn wetenschappelijke experimenten staarde Plateau meer dan 25 seconden onbeschermd naar de zon, met alle gevolgen van dien. Maar niet voor niets: hij ontdekte dat lichtindrukken ongeveer één derde van een seconde op het netvlies blijven hangen. Door de nawerking van licht op het netvlies ontstaat de illusie van bewegende beelden. Op basis van die bevindigen vond hij de fantascoop uit: een schijf met gaatjes op regelmatige afstand van elkaar. Op de andere schijf stonden figuurtjes in verschillende houdingen. Door de schijf snel te laten ronddraaien kon je door de gaatjes de figuren zien bewegen. Zonder de lichtnawerkingen op het netvlies zouden de bewegende mannetjes niet meer zijn dan een reeks van stilstaande beelden. Vandaag gebeurt in de bioscoop nog altijd hetzelfde.