Stefan Everts betwist eerste Grote Prijs na zijn zware knieblessure

Geen Belgische motorcrosser die nog in aanmerking komt voor de wereldtitel: het is even wennen. Sinds 1990 (toen Eric Geboers zijn laatste van vijf wereldtitels pakte) viel het maar één keer voor dat België geen wereldkampioen had: in 1994 toen Puzar (125), Albertyn (250) en Hansson (500) de nummers één waren. 1999 zal daar nu zo goed als zeker bijkomen. De oorzaken? De zware blessure van Stefan Everts, de haperende motor van Joël Smets en de opeenvolging van kwetsuren bij Marnicq Bervoets die in Folkendange nog steeds niet van de partij is.

BR>De Grote Prijs van Luxemburg 250 en 500cc dit weekend staat voor de Belgen dan ook niet in het teken van de wereldtitelstrijd. Toch is de wedstrijd in Folkendange uniek: het is de eerste keer dat de kwart- en de halfliters op dezelfde plaats en op dezelfde dag hun GP betwisten. Maar deze wedstrijd is vooral speciaal omdat Stefan Everts er voor de eerste keer na zijn zware crash in Beaucaire aan de start van een Grote Prijs verschijnt. «Ik heb er zolang naar uitgekeken. Eindelijk is het zover. Eindelijk kan ik weer met de

grote jongens

rijden,» aldus Everts. «Dit moet mijn dag worden.»

Op vijf dagen na is het precies elf maanden geleden dat Stefan Everts nog een Grote Prijs betwistte. Zijn laatste GP dateert al van 13 september 1998: een zwarte dag in zijn carrière, want op die dag pakte Tortelli hem in het Griekse Megalopolis in extremis nog de wereldtitel af. 1999 moest opnieuw het jaar van Everts worden, maar een zware knieblessure (opgelopen in de openingswedstrijd in Beaucaire) besliste daar anders over. Wat volgde waren zes zware maanden: operatie, revalidatie, noeste trainingsarbeid en onlangs al twee kleine wedstrijden. Zondag maakt de viervoudige wereldkampioen zijn rentree op het hoogste niveau in de Grote Prijs (de 126ste uit zijn loopbaan) van Luxemburg. «Ik heb de dagen afgeteld. Eindelijk is het zover. Ik ben er klaar voor,» zegt de Rotemnaar.

Everts lijkt uiterlijk heel ontspannen, maar binnenin borrelt het toch. «Die cross spookt al de hele week door mijn hoofd. Wanneer ik 's morgens wakker werd, dacht ik meteen aan Luxemburg. Voor mijn eerste cross in het Engelse Torrington (twee weken geleden, nvdr) had ik dat gevoel niet. Maar dit is ook heel anders hé: Engeland was dan wel mijn eerste optreden na die zware blessure, maar Luxemburg is eigenlijk de enige echte come-back.»

Podium

«Eindelijk een

echte

wedstrijd,» glundert Everts. «Het werd stilaan tijd. Want ik ben die trainingen kotsbeu. Je kan je nooit meten met iemand anders. Daarom heb ik deze week ook samen met mijn ploegmaat Mark Jones gereden. Ja, dat viel heel goed mee. Maar ik weet ook wel dat je zo'n training niet mag vergelijken met een Grote Prijs. Och, ik heb genoeg ervaring om te weten wat ik wel en wat ik niet kan. Ik ben er zeker van dat Luxemburg beter wordt dan Engeland en Westerlo. Hopelijk kan ik er voor de verrassing zorgen. De zege? Nee, ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat dat bijna onmogelijk is. Wat mijn doel dan is? Het podium. Ik wil in stijl terugkomen. Misschien leg ik de lat wat te hoog. Maar ik heb zes maanden afgezien: eerst twee maanden revalideren, dan vier maanden keihard werken om het oude niveau te halen. Ik wil nu resultaat zien. En dan bedoel ik niet een vijfde plaats ofzo. Nee, het podium. Als dat lukt, is mijn wederoptreden geslaagd.»

Records

Everts is nog maar net terug of hij praat al over winnen, wereldtitels, records verbeteren... «Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik ben altijd zo geweest en zo zal ik ook altijd blijven. Ik denk dat dat het grote verschil is tussen een

gewone

sporter en een wereldkampioen.»

Wat verwacht je nog van het hudige seizoen? «De laatste Grote Prijs in de States winnen. Die wedstrijd had ik voor mijn blessure al met stip aangeduid. Een bende Amerikanen, Greg Albertyn, misschine Tortelli als hij hersteld is... Vuurwerk verzekerd. Hoewel ik al gehoord heb dat sommige Yanks afgezegd hebben: McGrath, Windham, Lusk...

Geen motivatie,

zou de uitleg zijn. Pff, lafaards zijn het. Ik begrijp dat niet: voor een GP ben je toch altijd gemotiveerd.»

«Maar alles staat in functie van volgend jaar. In '98 en '99 heb ik het zonder wereldtitel moeten stellen. Het wordt dus stilaan tijd dat ik nog eentje aan mijn palmares ga toevoegen. Want het record van Joël Robert (zes wereldtitels, nvdr) blijft in zicht. Maar dan mag er nu wel niets meer mislopen. Dat is niet mijn enige recordjacht. Robert won in zijn loopbaan 50 GP's, ik zit aan 42. Dat record wil ik

serieus

verbeteren. Ik hoop dan ook dat ik dit seizoen niet in de situatie kom dat ik een GP-zege moet laten schieten om mijn ploegmaat Bolley te helpen. Maar als het moet, moet het. Fred heeft mij vorig jaar ook geholpen in de strijd tegen Tortelli, ik zal dat nu ook voor hem doen. Want die wereltitel moet naar ons team komen. Zo simpel is het.»

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten

Aangeboden door onze partners

Beste van Plus

Lees meer