Roland Janssen stuntte ooit met Waterschei tegen PSG

Print
REKEM - PSG, Paris Saint-Germain. Wie ooit verwantschap gevoeld heeft met het vroegere Thor Waterschei, wordt nog steeds een adrenalinestoot gewaar bij het horen van de naam van de voetbalgrootheid uit de Lichtstad. Maart '83. Voor Thor Waterschei kondigt zich een nieuwe lente zonder Europees voetbal aan. In het Prinsenpark is geel-zwart voor een record aantal toeschouwers veertien dagen eerder met 2-0 de boot ingegaan. Op zich geen beschamende score tegen de Parijse miljonairs, maar veel kans op succes dichten de bookmakers de Limburgers niet toe voor de return. Desondanks schiet Tot Heil Onzer Ribbenkast (Thor) zich toch de voetbalgeschiedenis in.
BR>
De IJslander Gudmundsson breekt het ijs, Roland Janssen zorgt voor het tweede doelpunt en Pier Janssen doopt zichzelf met een zinderend slotakkoord om tot een levende Thor-legende. Aan de vooravond van Racing Genk-Maribor wordt Roland Janssen, die sinds anderhalve maand full-time aan de slag is als beloftentrainer bij de Limburgse landskampioen, gaarne nog eens geconfronteerd met die onwaarschijnlijke Waterschei-stunt.
«Het André Dumontstadion zat die avond stampvol», herinnert Roland Janssen zich. «Achttien- à negentienduizend toeschouwers. En dat ondanks het feit dat we in Parijs toch met twee-nul verloren hadden. Zelf kwam ik pas om half zeven in het stadion aan. Van afzondering was er geen sprake. De meesten van ons waren semi-prof. Ik werkte toen in het kantoor van Robert Duwel. Doordat ik laat was, kwam ik in de file terecht en moest ik mij een weg banen tussen de toeschouwers, die aan het aanschuiven waren.»

Pers



Het Waterschei van toen werd gevormd door Klaus Pudelko, Lei Clijsters, Danny David, de Hongaar Martos, wijlen Pierre en Yvo Plessers, Adri Van Kraay, Roland en Pier Janssen, Eddy Voordeckers en Larus Gudmundsson. Hun namen waren klein bier in vergelijking met het stelletje echte en vermeende sterren van PSG.
«PSG had een ploeg met ronkende namen», weet Roland Janssen nog. «De bekendsten waren de Nederlander Kist, de Joegoslaaf Susic en de internationalen Fernandez en Rocheteau. Ik mag niet zeggen dat de spelers ons als kleine jongens beschouwden. Maar in de Franse pers kon je wel lezen dat Waterschei geen schijn van kans had en PSG vlot over ons heen zou walsen. Ik herinner me dat de Fransen onze naam niet eens konden uitspreken.»
Het doorstoten naar de kwartfinale van de beker voor bekerwinnaars bezorgde Thor Waterschei bekendheid tot ver buiten de landsgrenzen.
«Ook in eigen land werd onze kwalificatie op veel sympathie onthaald», zegt de Rekemnaar. «De match werd toen niet rechtstreeks op de BRT uitgezonden omdat ook Anderlecht op hetzelfde ogenblik Europees speelde. Toen de omroeper in Brussel meldde dat Waterschei erin geslaagd was om Paris Saint Germain uit te schakelen, steeg er spontaan applaus op. Zelf was het uiteraard één van de hoogtepunten uit mijn loopbaan. Maar we hadden toen ook een serieus ploegske. We vormden vooral een hecht blok. Toen Gudmundsson snel scoorde, voelde je dat er een stunt in de maak was. Achteraf bekeken, is PSG toen met drie goals zelfs nog goed weggekomen.»