Kim Gevaert voegt ereplaats bij medaille

GOTHENBURG -

Het slotweekend van de Europese beloftenkampioenschappen leverde voor de Belgische delegatie geen eremetaal meer op. Kim Gevaert bevestigde wel haar rol als 'leading lady' van de groep met een vijfde plek in de 200 meter in een goede chrono.

Ronny CEULEERS

BR>Naast haar prestatie konden de Belgen na vier dagen terugkijken op de knappe vierde plek van Cathérine Lallemand in de 10.000 meter, de prima achtste plek van Tia Hellebaut in de zevenkamp, de finale van Thibaut Duval met de polsstok.

Een trapje lager stonden Kjell Provost (400m) en Djeke Mambo (wel in de 110m horden, net niet in het hinkstapspringen), die de eerste ronde overleefden. Dat lukte niet voor Filip Faems, Tim Rogge, Myriam Tschomba en Elke Bogemans.

Kim Gevaert vertrok naar Gothenburg in de hoop zowel op de 100 als de 200 meter een medaille te halen. Het werd brons op de 100 meter en zaterdag een vijfde plaats op de 200 meter. Terwijl de Brabantse met 23.08 slechts vijf honderdsten boven haar nationaal record zat en de tweede chrono uit haar carrière liep, ging de zege net als in de 100 meter weer naar de Italiaanse Levorato (22.68).

Kim Gevaert maakte haar balans op: «Ik sta redelijk neutraal tegenover mijn resultaat op de 100 meter. Toen ik naar hier kwam, hoopte ik op goud, maar na de reeksen wist ik dat het moeilijk zou worden. Twee meisjes liepen daar al sneller en er kwamen er nog een paar in mijn buurt. Na de finale was ik dus blij dat ik nog brons had. Op de 200 meter zat het anders. Ik had pas de zevende chrono van de halve finales, maar mijn serie was de enige met tegenwind. Dat zegde dus niet alles. Ik vind het vooral jammer dat in de finale een lichte tegenwind stond van 0,5 meter per seconde. Ik hoopte op een persoonlijk record. Met een beetje wind in de rug, was ik zeker onder de 23 seconden gedoken. Globaal ben ik tevreden, want vooral op de 200 meter dient zich een nieuwe generatie Europese sprintsters aan. In het algemeen voelde ik me fysiek prima. Lichamelijk ben ik in vorm, maar mentaal zit ik niet zo fris. Anders

ontplof

ik in competitie. Dat was er nu niet. Geestelijk heb ik het behoorlijk moeilijk gehad: de studies, de examens, de Universiade. De sfeer was hier ook niet stimulerend. Er zaten nauwelijks toeschouwers in het stadion. Om mentaal weer fris te zitten tegen het WK in Sevilla, ga ik de competitie beperken. Ik doe nog slechts één wedstrijd. Hechtel zaterdag of Nijvel de week nadien. Dat moet ik met mijn trainer nog uitmaken.»