Genk, de ochtend na de klap

Genk weent. De 5-1 klap die het Sloveense Maribor hen woensdagavond heeft verkocht, is nog lang niet verwerkt. Bij marktkramer Ronny Mertens is de verkoop van de Genk-spullen met de helft gezakt, Blue-White-voorzitter Jos Aerts heeft er de hele nacht van wakker gelegen en maakt zich zorgen om de kans op tientallen miljoenen die ze hebben verknald en de rest van de Genkenaars bidt voor een Duisburg-mirakel. Want Genk heeft een verschil van 4 doelpunten nodig om op Europees niveau nog mee te spelen. «Van Duisburg hebben ze ook met 5-0 gewonnen, dat kan nu dus ook. Met Genk weet je nooit,» klinkt het op de donderdagmarkt.
BR>
Marktkramer Ronny Martens zucht boven zijn Genk-sjaals, petten en mappen. «Ik had gedacht dat ik vandaag niets zou verkopen, maar het valt eigenlijk nog mee. Mijn verkoop is maar met de helft gezakt.» Martens heeft aan Racing Genk al goed verdiend. Geeft hij grif toe. «De top was toen ze landstitel pakten in mei. Zo'n dag zal ik van mijn leven niet meer meemaken.» Martens heeft de match tegen Maribor gezien, want hij is niet alleen beroepshalve met Genk bezig. «Ik ben ook supporter. Kijk, ik heb net mijn abonnement opgepikt. M'n kaart voor de terugmatch heb ik ook. In de eerste helft dacht ik nog dat het broodje van Racing Genk gebakken was. Maar die tweede helft... Tjonge, dat was geen ploeg meer op dat veld. Tijdens de 3 minuten extra tijd heb ik nog gedacht: god, laat het 4-2 worden. Maar na die 5-1 was ik kapot. Wat ze woensdag zullen presteren? Zo'n 4-0 is natuurlijk onmogelijk, maar met Genk weet je nooit. Brugge hebben ze ook al eens met 4-0 ingepakt. Vanmorgen stonden er trouwens een paar Brugge-supporters aan m'n stand. Doe die Genk-spullen maar snel weg, grapten ze.»
Aan de toog van De Waerd spoelen de Blue-White-supporters hun verdriet weg. «Ik ben perte totale, ik heb de hele nacht niet geslapen,» bekent Blue-White-voorzitter Jos Aerts. Hij heeft thuis in zijn uppie gekeken. «Doe ik nooit meer, want zo'n verdriet krijg ik in mijn eentje niet verwerkt. Ik heb m'n sloffen naar het scherm gesmeten, maar het heeft niet geholpen. M'n vrouw zegt: Jos, het is maar voetbal. Klopt niet. Ik ben al 20 jaar supporter, ik heb recht op verdriet. We gooien - met het nieuw stadion in aanbouw - 70, 80 miljoen zomaar weg. In één match en met vijf goedkope goals die je zelfs van een kadettenploeg niet duldt. Kop maar 'droefenis' boven je stuk. Wat wil je, we hebben zes maanden op wolkjes gelopen en nu krijgen we een mokerslag. Niet een gewoon hamertje, maar een joekel van een hamer,» verduidelijkt Aerts met zijn handen. «We kunnen nu alleen nog bidden voor een Duisburg-mirakel. Weet je dat het bestuur van Racing Genk al naar Lyon is geweest om de accomodatie voor de derde voorronde te bestuderen. Ik weet wel dat het zo hoort, maar je moet de huid niet verkopen voor je de beer geschoten hebt. Weet je wat het probleem is: niemand weet hoe sterk of hoe zwak Genk is. Onze enige Europese tegenstander van niveau dit jaar was Roda. De rest waren niet meer dan provinciale ploegskes.»

Eigen schuld


Lucien Paesen uit Boxberg heeft zo zijn eigen mening over de match van woensdag. «Eigen schuld, dikke bult. Ze zijn gewoon te nonchalant geweest. Aan wie het lag? Tja. Gudjonsson was niet goed, Strupar in de tweede helft ook niet, zelfde voor Hasi, ik zal maar stoppen, seffens vind ik niemand nog goed. Ze zullen Oulare nog missen, en Origi was er ook al niet bij. Wat wil je dan. Er ontbrak iets aan die ploeg. Ze dachten hier in Genk dat de bomen tot in de hemel groeiden, maar dat blijkt niet zo te zijn. Genk heeft een lesje in bescheidenheid gehad en dat kan geen kwaad,» vindt Paesen.
Willy Boonaerts woont al jaren in Oostende, maar dezer dagen is hij weer - zoals vanouds - Genkenaar en supporter van KRC. «In Oostende noemen ze me Wim, de aangespoelde. Kijk eens: mijn polsbandje van Racing Genk, gekocht in Bredene van een Peruaanse.» Boonaerts heeft de eerste helft van de match gezien in het themacafé en de tweede in zijn staminee Oberbayern. «Ik had al nattigheid gevoeld tijdens de eerste helft. 't Is niet dezelfde ploeg als voor de zomer. Dat komt door de trainer hé. Nu, ik ken Jos Heyligen van toen hij nog bij Waterschei speelde. Hij heeft ons toen nog naar Europa getrapt. Of hij ook een goede trainer is, zal nog moeten blijken.»