Racing Genk en Jos Heyligen verteren moeizaam de dreun van Maribor

Print
GENK - De landskampioen sleepte zich gisteren naar de middagtraining. Istvan Brockhauser stond schuddebollend naar de bouwwerken te kijken. «Ik ben vanmorgen pas in slaap gevallen toen het al lang licht was. Kijk eens wat een mooi stadion we hier gaan krijgen. Prachtig, alleen zonde dat we er dit seizoen geen Europees voetbal meer kunnen in spelen.»
BR>Trainer Jos Heyligen was woensdagnacht van pure vermoeidheid vrij snel in slaap gevallen, het ontwaken was des te pijnlijker. Maar je hebt ook altijd de eeuwige optimisten nog. Op het bord in de kleedkamer hing een knipsel van de match Racing Genk - MSV Duisburg: 5-0. Nog een sprankeltje hoop waarop de club nog een week wil verder drijven.

Voorzitter Troonbeeckx sprak met enkele spelers. De toon was gemoedelijk, hij luisterde vooral. Jos Heyligen laste net voor de training nog een gespreksronde in. Op de terugvlucht had hij iedere speler gevraagd zijn match zelf te ontleden. «Als ik de kranten vandaag zie, merk ik toch dat de spelers voldoende zelfkritiek hebben. Aan hun reacties zie ik dat ze weten wat er fout is gegaan. Plus lees ik ook links en rechts dat er nog geloof is in de terugmatch.»
Heyligen zelf was ook klaar met zijn analyse.
«Het was een wedstrijd met twee gezichten. Voor de rust hadden we alles netjes onder controle. Met goed en gevarieerd voetbal zoals ik dat had gevraagd. En drie à vier doelkansen ook. Aan de rust heb ik gehamerd op organisatie en discipline. Dan zouden er beslist nog kansen komen om de terugmatch overbodig te maken. Het kon eigenlijk niet meer misgaan. Maar dan scoorde Maribor na balverlies van ons. Toen verloren we helemaal de pedalen, stapelden we de blunders op.»

Systeem


Het merkwaardige was dat Genk zich tegen een bescheiden tegenstander als Maribor daarna niet meer kon rechtzetten, maar fouten bleef maken.
«Die vierde en vijfde goal zijn er uiteindelijk te veel aan geweest. Bij een 3-1 hadden we in de terugmatch zeker nog onze kansen gehad. De spelers hebben dat blijkbaar niet beseft en zijn naar voor blijven lopen om zelf nog te scoren. Van aan de zijlijn had ik onvoldoende greep op de ploeg om nog kunnen bij te sturen. We hadden te veel spelers voor de bal. Bij balverlies is dat dodelijk.»
Toch stelde Heyligen zich nog geen vragen over zijn spelersmateriaal of het spelconcept.
«Waarom zou ik? Deze groep heeft de jongste jaren resultaten gehaald met dit systeem. Ik heb alleen gevraagd wat rustiger te spelen, wat meer te voetballen. En in de eerste helft is dat aardig gelukt. Maar door het resultaat wordt al dat positieve achteraf helemaal teruggeschroefd.»

Pressing


Mogelijk namen de spelers de woorden van hun trainer iets te letterlijk en speelden ze te rustig. Achteraf werd over een gebrek aan pressing en balrecuperatie op het middenveld geklaagd.
«Maar ik héb gevraagd pressing te spelen,» zegde Heyligen fel. «Bovendien hadden de jongens die daarover klagen zelf maar het voortouw moeten nemen. Ik herhaal dat de ploeg en de spelopvatting net hetzelfde zijn als vorig seizoen.»
«De kans om ons te kwalificeren is er nog altijd. Vier doelpunten ophalen tegen een ploeg als Maribor, moet te doen zijn. We zullen risico's moeten nemen, beredeneerd aanvallen. Als het vertrouwen terugkomt, is deze groep tot veel in staat. In dat verband vind ik het hartverwarmend dat iemand de uitslag van de match tegen Duisburg op het spelersbord heeft geprikt. Dat betekent dat er nog leven, nog hoop zit in de spelerskern.»

Tijd


Voor Jos Heyligen, die er al zolang naar snakte om bij een topploeg aan de slag te kunnen, valt de eerste kennismaking dus tegen. De dreun was gisterenmiddag nog niet verwerkt.
«Ik ben nog altijd enorm ontgoocheld. Dit was voor de club zo'n belangrijke wedstrijd die bovendien niet hoefde verloren te worden. Ik ben er echt waar nog altijd niet goed van. Vanuit Slovenië naar huis worden gestuurd met zo'n pak slaag, dat valt me erg zwaar. Dat zal de volgende dagen wellicht stilletjes wegebben. Ik zit al lang genoeg in het voetbal om te weten dat het telkens weer vallen en opstaan is.»
Heyligen heeft nu nog een week de tijd om zijn ploeg weer te doen opstaan. Dat is schrikbarend weinig tijd, afgemeten tegen het belabberde vormpeil van enkele van zijn sterkhouders.