Paul van Vliet brengt in Elisabethzaal liedjes met orkest

Print
ANTWERPEN - «Mijn vertrouwen in Vlaanderen is ongeschokt. Met jullie schandalen spot ik niet», zegt de Nederlandse cabaretier Paul van Vliet (63), die thuis is in Antwerpen. Op 3 september komt hij Vlaanderen een hart onder de riem steken met een eenmalig liedjesconcert met groot symfonieorkest in de Elisabethzaal.
BR>
«Antwerpen is mijn thuisbasis in Vlaanderen. Ik kom er sinds 1960, toen met het Leidse studentencabaret. Sinds 1974 ben ik het onderschoven kind, geadopteerd, zeg maar, in het Plazahotel in de Charlottalei.»
«Ik vertelde ooit eens in een interview dat te korte bedden mijn grootste hotelprobleem vormen», zegt Paul. «De meeste bedden zijn 1,90m en met mijn 1,92m moet ik altijd mijn koffer achter het hoofdkussen stoppen. Dan wordt het precies lang genoeg. Toen ik later in het hotel aankwam, hadden ze twee bedden tegen mekaar geschoven.»
Behalve het hotel heeft hij nog een paar favoriete kroegen in de stad: De Duifkens, de Gounod. Hij maakt nooit een optreden zonder de stad aan te doen. «Vooraf moet ik me concentreren, maar na het concert ga ik heel lang stappen. Tijdens het optreden is de tijd voor het publiek. Nadien is de tijd voor mij. Dan ga ik met vrienden rustig eten.»

Droom


Op 3 september zingt hij ter gelegenheid van 50 jaar YMCA-Scouts Antwerpen de Elisabethzaal vol. «Geleidelijk aan heb ik in mijn carrière het accent verlegd van komische scènes naar liedjes», zegt Paul. «Op de dag van het Nederlandse chanson in Leiden heb ik aan één stuk doorgezongen, zonder de afleiding van gelul en humor. Ik koester al lang de droom om iets te doen met een groot orkest.»
Precies één jaar voor het Antwerpse concert, op 3 september 1998, werd die droom bewaarheid. «Ik sprong een gat in de lucht. Ik was gewoon om met mijn viermansorkest te zingen en nu stonden er 75 mensen achter me. Mooi gevoel als je achter je zo'n bos strijkers voelt zwellen.»

Ongeschokt


Vroeger zong Van Vliet: 'Als ik heimwee heb, Als ik me droevig voel, Wil ik naar Vlaanderen.' Er is sindsdien veel veranderd in Vlaanderen.
«Mijn liefde voor Vlaanderen is ongeschokt. Ik kom nog graag en ik ga het nummer ook zingen. Het is één van mijn favoriete, overigens. Ik zing om jullie een hart onder de riem te steken. Ik heb collega's die de draak steken met al die schandalen, maar ik vind dat je dat als buitenlander niet moet doen.»
Volgt Van Vliet ook Vlaamse cabaretiers? «Ik ben geen kenner. Dingetje, dat kleine meisje, hoe heet ze, Els De Schepper, ja, die heb ik aan het werk gezien. Zij is één van de talentrijkste van de nieuwe generatie. Ze zingt prima. En Vera Mann? Ken ik goed. Een groot talent.»
En de Antwerpse collega-dichter-naamgenoot Eddy van Vliet? «Ik vind hem knap. Ik noem me geen dichter, ik ben een liedjesschrijver. Een liedjesschrijver moet meteen worden verstaan. Een dichter niet. Hij kan beelden oproepen waarover je nog moet nadenken.»
«Ik ben een schrijver van korte adem. Ik ga wellicht een jaar columns schrijven voor de Haagsche Courant. Ik maak een boek met korte verhalen over Den Haag. Voor een roman denk ik te compact. Mijn langste verhaal telt zes pagina's.»
Paul van Vliet, Koningin Elisabethzaal, op 3 september om 20.30u, 650 en 1500 frank. Reserveren: Tel:0900/00311, Fnac en EKU.
Paul van Vliet: Er is nog zoveel niet gezegd, Fontein, 200 blz.