Meer zon dan volk op vijftiende Blues Peer

«Als we nu eens zouden beginnen met twee blueskes om iedereen wakker te krijgen en dan volle gas ambiance?» Zo ongeveer moet het vorige week hebben geklonken in het repetitiehok van The Blues-O-Matics. Prima idee want vanaf 'Stepping Up And Go' had iedereen een verse bok vast en kon het festijn beginnen.
BR>We zagen een prima mondharmonicaspeler die ook niet vies was van trekzak en sax, we hoorden degelijke, dikwijls meezingbare songs en we dansten onze eerste pasjes van de dag op 'Baby, Please Don't Go'. Dat de groep nog te weinig een eigen smoel heeft, is een detail.
Qua smoelwerk geen klagen bij Michael De Jong. De Amerikaan met Nederlandse roots heeft een bakkes als Dennis Hopper en is bovendien even vuilgebekt als de acteur van 'Blue Velvet' en 'Easy Rider'.
Muzikaal is De Jong een soort van Joe Cocker die door Satan zelve meermaals om de tuin is geleid. Het deed hem zaterdag alleen maar goed. Het moet geleden zijn sinds Nonkel Bob dat we nog iemand met zoveel geestdrift een stel akoestische snaren zagen bewerken.
Tel daar nog de betere humor bij - «This is a song about my third wife; it's a slow, little boring thing» - en je weet: deze Nonkel Van Grouwel van de blues zorgde voor een eerste hoogtepunt.
Kan alleen maar slechter gaan, denk je dan. En ja, hoor. Dana Gillespie - de enige vrouw op de affiche - speelde een slaapverwekkende set. Oké, mevrouw Gillespie was door de Heer gezegend met een flink stel, euh... longen, maar de band baande zich routineus een weg doorheen een dicht bos clichés.

Sof


Zowat het hele terrein stormde naar voor toen The Paladins werden aangekondigd. Terecht want de groep uit San Diego deed wat ze tien jaar geleden op precies dezelfde plek ook al eens gedaan hadden: opkomen, de rockabilly-guerrillero uithangen en het applaus in ontvangst nemen. Tent plat, Paladins blij, absoluut hoogtepunt.
Geen makkie voor Paul Lamb And The King Snakes om even goed te doen. Deden ze ook niet, al liep de tent wel warm voor de felle mondharmonica van Lamb. Dat het allemaal wat braafjes, afgelikt en salonfähig klonk, vond blijkbaar niemand een punt. De schoenen met tijgermotiefje van Lamb waren wel het coolste schoeisel uit de wijde omtrek.
Het schoeisel van Robben Ford was iets minder opwindend, maar zijn set was dat des te meer. Ford deed het al met Joni Mitchell, Barbra Streisand en Miles Davis en dat hebben we geweten: de blues was ver weg, maar wat we in de plaats kregen was pure schoonheid: zalige, jazzy pop die op bepaalde momenten zelfs naar Jeff Buckley verwees. De verrassing van de avond, samen met The Paladins de kersen op de verjaardagstaart voor vijftien jaar Peer.
De sof van de avond was Wilson Pickett, of zoals hij sinds zaterdag in Peer en omstreken wordt genoemd: Wilson Dickhead. De legendarische soulzanger liep over van de kapsones en bestond het om wel geteld vier nummers te komen zingen. Uit het gedeelte van het publiek dat nog nuchter was, steeg terecht boe-geroep op.

Vleesberg


En toen was het weer zondag en The Boyd Small Band mocht openen. Boyd zelf deed dat met een onwaarschijnlijke cool en liet zich daarbij begeleiden door een zevenkoppige Nederlandse band die op het vlak van swing en groove nog weinig lessen heeft te ontvangen. Jammer dat ze vanwege het strakke schema geen bisnummertje mochten plegen.
Ook Carey Bell kreeg geen ruimte voor een extraatje. Was nochtans ook meer dan verdiend geweest. Bell liet zijn harmonica howlen alsof hij nog met Muddy Waters op het podium stond. Grote klasse.
Oké, het was ondertussen broeierig heet in de tent, maar dat mag geen excuus zijn. Ook niet voor Olu Dara van wie op voorhand werd gefluisterd dat hij de verrassing van Peer '99 zou worden. De ouweheer van rapper Nas zette een matte, jazzy jamsessie neer die we twee minuten later al helemaal vergeten waren.
Kenny Neal had zelf blijkbaar weinig last van de verzengende hitte in de tent, maar z'n set vertoonde al snel uitdrogingsverschijnselen. Neal geeft het woord gitaarvirtuoos een volledig nieuwe betekenis en hij schuift een aardig smoeltje mee op de mondharmonica. Spijtig dat hij die talenten niet optimaal gebruikt. Laten we hopen dat het bescheidenheid was.
'I Am Hell' stond er op de gitaar van Popa Chubby en wat 's mans uiterlijk betreft, was dat een waarheid als een koe. Popa is namelijk een vleesberg die het moet hebben van de power-akkoorden. Best fraai allemaal, al is ons het waarom van zoveel lawaai compleet ontgaan. 'Wild Thing' als afsluiter was wel aardig wegens al een tijd niet meer gehoord, maar van het overige heeft zich bitter weinig in ons lange-termijngeheugen genesteld.
Wat Eric Sardinas en Jimmie Vaughan er zondagavond nog van bakten, leest u in onze dinsdagkrant.