Limburgse gezinnen houden van auto's

BRUSSEL - Na Vlaams-Brabant telt Limburg het hoogste aantal personenwagens per gezin. Per 100 gezinnen zijn er dat gemiddeld 127 in Vlaams-Brabant, Limburg staat tweede met 121 auto's. Op de derde stek staat Waals-Brabant, gevolgd door Luxemburg en Antwerpen. Onderaan bengelt Brussel-Hoofdstad met 'slechts' 94 (zie infografiek).
BR>Dat blijkt uit cijfers van het jaarverslag 1998 van Febiac, de voertuigen- en rijwielenfederatie van ons land.

De auto is wellicht één van de belangrijkste statussymbolen. Of we daarmee ook mogen stellen dat Limburg ook één van de rijkste of meest welvarende regio's van het land is, is een ander paar mouwen. Uit de cijfers valt immers niet af te lezen of het om duurdere of oudere auto's gaat. Toch is er volgens Febiac een verband tussen de groei van de economie en de aangroei van het wagenpark. Een studie over de periode 1980-1998 wijst uit dat als de economie (omschreven als bruto nationaal product) met 1 procent groeit, het voertuigenpark met 1,05 procent aangroeit. Limburg telde eind vorig jaar welgeteld 432.932 voertuigen (waarvan 349.718 personenwagens, en daarnaast nog bussen, vrachtwagens, motorfietsen en andere), een aangroei met 2,75 procent vergeleken met het jaar voordien. Tussen haakjes, het hele Belgische voertuigenpark bestaat uit 5,477 miljoen voertuigen (waarvan 4,458 miljoen personenwagens) en groeide vorig jaar met 2,44 procent aan.

Diesel


Benzine-auto's zijn nog altijd het meest populair, al blijft het aandeel van de diesels in ons land van jaar tot jaar groeien. In 1990 reed 72 procent van het personenwagenpark nog op benzine, vorig jaar was dat teruggelopen tot 62 procent. Omgekeerd steeg het aantal dieselrijders van 26,8 procent in 1990 tot 36,7 procent vorig jaar. LPG blijft marginaal, al verdubbelde het aantal wagens met LPG-uitrusting plots: van 19.485 in 1997 tot 42.044 vorig jaar.
De levensduur van een auto wordt alsmaar langer. De gemiddelde Belgische auto is tegenwoordig 7 jaar, 4 maanden en 13 dagen oud, zo blijkt nog uit de statistieken. In 1990 was dat nog iets minder dan 6 jaar.

Motorfietsen


Ook de motorfietsen zitten in de lift. In het hele land rijden er nu 241.110 rond, een aangroei met 7 procent vergeleken met het jaar 1997. Uit de inschrijvingen van zowel nieuwe als tweedehandsmotors blijkt dat vooral de 'middenklassers' (tussen 500 en 750 cc) het meest populair zijn, gevolgd door de zwaardere tweewielers met cilinderinhoud van 1.100 cc en meer. Honda blijft het populairste merk, vóór Suzuki, Yamaha, Kawasaki, BMW en Harley-Davidson.
De verkoop van bromfietsen (klasse A tot 25 km/u en klasse B tot 45 km/u) blijft achteruitgaan, vooral door de slechte gang van zaken bij de bromfietsen in de klasse A.
Opvallend zijn dan weer de sterke verkoopcijfers bij de scooters. Sinds 1990 is de jaarlijkse verkoop van scooters meer dan vervijfvoudigd: van 5.049 stuks in 1990 tot nagenoeg 26.000 exemplaren vorig jaar. De jongste jaren is de verkoop met sprongen van telkens meer dan 30 procent omhoog geschoten. Volgens Febiac is het succes van de scooter ongetwijfeld te danken aan de gebruiksvriendelijkheid ervan, en met het zoeken naar een alternatief voor de wagen, voor al voor gebruik in de stad.

Fietsen


Volgens schattingen van de federatie zijn er vorig jaar ruim 400.000 fietsen verkocht, waarvan 60 procent tweewielers van het hybride, city- of mountainbiketype, een lichte daling vergeleken met het jaar voordien. Met de productie van de Belgische fiets gaat het heel wat minder: vorig jaar zijn er nog ongeveer 283.000 fietsen gemaakt, een daling met liefst 32,6 procent vergeleken met 1997. En in dat jaar was de productie al met 20 procent gezakt. In 1996 werden er in ons land nog meer dan een half miljoen fietsen gemaakt.