Vrouwelijk bezoek in de Tour: Belgische renners houden het deftig

Print
MAUBEUGE - Gisteren en vandaag is de Tour een beetje Belgisch. De eerste rustdag is pakweg 700 kilometer verderop, echtgenotes en vriendinnen maken dus gebruik van de tussenstops in Amiens, Maubeuge en Avesnes-sur-Helpe om hun renners met een bezoekje te vereren. Meteen rijst de vraag of het Belgische profbestand - al bijna tien dagen van huis weg - op de drempel van de eerste grote tijdrit en met de Alpen om de hoek genoeg beroepsernst kan opbrengen om het deftig te houden.
BR>«Geen probleem», lacht Peter Farazijn. Fausto zit met andere cols in zijn hoofd, zo blijkt. «Mijn echtgenote komt me bezoeken, maar het blijft bij een babbel en een kopje koffie. Ik laat me door sex niet uit mijn concentratie brengen. Als ik het schema bekijk van de ritten die straks volgen, zou ik wel gek wezen om mijn pijlen nu al te verschieten. (Lacht.) Trouwens, bij mij begint het pas te kriebelen als Parijs in zicht komt. Dat duurt dus nog wel even.»
Johan Verstrepen acht geheelonthouding, zelfs midden in een zware rittenkoers, niet meer van deze tijd. Streepke keek gisteren en vandaag zijn echtgenote, op blitzbezoek in de Tour, in het wit van de ogen. «Hoe het afliep vertel ik lekker niet, alleen dat ik vooraf geen enkele mogelijkheid wil uitsluiten. Komt het, dan komt het. Ik zit alleen maar met de vraag hoe Lampre-Daikin daar tegenaan zou kijken. Wat mij betreft: moet kunnen, in elk geval.»
Ook Steve De Wolf beschouwt de stelling dat sex en topprestaties niet met elkaar te rijmen zijn als vooroorlogs. «Ook mijn vrouw zakte naar de Tour af. Of het zou mogen van Cofidis? Denkelijk wel, ze zijn hier erg los. Maar ik denk niet dat ik zou bezwijken voor de verleiding. Met kruit verschieten heeft dat niks te maken, ik denk gewoon dat het mijn gedachten te zeer zou afleiden van mijn vak. De Tour is op zichzelf al zwaar genoeg. Trouwens, zeg nu zelf, als ik het dan al gedaan had, denk je dan dat ik gek genoeg zou zijn om het in de krant te laten zetten? Op de tanden bijten tot in Parijs en dan de schade inhalen, dat lijkt me beter.»