Volley: Amber Antwerpen legt zich neer bij degradatie

Twee jaar geleden nog Europees kwartfinalist, vorig seizoen verliezend bekerfinalist, dit jaar rode lantaarn met bijbehorende degradatie naar eerste nationale. Dat is het trieste lot van Amber Antwerpen. Met voorzitter Stephen Sophie gingen we na hoe het zover is kunnen komen.

ghouben

Ondanks een felle eindspurt met drie opeenvolgende overwinningen slaagde Antwerpen er niet in zich te handhaven in ereklasse. Het fiere Amber zakt naar het vagevuur van eerste nationale en trekt zich terug in de vertrouwde Sportschuur.

Hoe kan het dat een club die vorig jaar alom geprezen werd voor zijn verfrissende aanpak en resultaten amper enkele maanden later tot het kneusje van de klas uitgeroepen wordt? Waarom het misliep Een ploeg alleen bestaande uit Belgen - voornamelijk Antwerpenaars - onder leiding van de Nederlander Appie Krijnsen.

Het bleek vorig jaar het ideale recept voor schitterende resultaten. Antwerpen legde toppers als Maaseik en Roeselare het vuur aan de schenen, plaatste zich zelfs voor de Belgische bekerfinale en mocht ook Europees op een aardig parcours terugblikken. Nadeel was dat andere clubs opkeken naar wat gebeurde in de metropool. Er werd dan ook duchtig getrokken aan de mouwen van de spelers. Resultaat: van de basisploeg van vorig jaar verdedigt vandaag alleen Guy Van Drom nog de Antwerpse kleuren.

“Na hun fantastische prestaties beloofden we de hele groep een opslag van 20%”, opent de Antwerpse voorzitter Stephen Sophie. “Dat bleek achteraf een vergissing.Toppers als Steve Roelandt en Frank Depestele zouden sowieso de club verlaten hebben. Hun geld hadden we beter aan de anderen kunnen geven, zodat die wel getekend zouden hebben. Bovendien kenden we in de loop van het seizoen enkele cashflow- problemen. Een paar sponsors betaalden laattijdig, waardoor wij de spelers telkens met vertraging dienden te betalen. Die onzekere toestand heeft volgens mij de doorslag gegeven. De spelers werden zenuwachtig en andere clubs wilden hen maar al te graag inlijven. Zelf kan je hen echter geen zekerheid geven, wat natuurlijk wantrouwen creëert. Een falikante combinatie, bleek achteraf.”

Het nieuwe seizoen Amber moest dus aan een nieuwe ploeg beginnen bouwen. Trainer Krijnsen (“als de groep bijeen was gebleven,waren we bereid zijn financiële eisen in te willigen, maar voor een minder talentrijke groep kostte hij te veel”) kreeg geen nieuw contract en de club startte met fel gewijzigde ambities.

“We hoopten door resultaten de interesse van sponsors te wekken. Dat bleek een utopie”, vervolgt Sophie. “Integendeel, enkele sponsors haakten af.We vatten het seizoen aan met een budget van negen miljoen oude Belgische franken, waarvan twee miljoen dienden om een put van het vorige jaar te dichten. Met een mix van eigen jongeren en enkele buitenlanders mikten we op een zorgeloos seizoen, met als enige doelstelling het behoud. Jammer genoeg vertrokken onze twee Amerikaanse aanwinsten Salak en Robinson na amper één training al richting Griekenland, waardoor we half augustus, begin september nog op zoek moesten gaan naar vervangers. Uiteraard bleek de markt tegen die tijd al lang leeggekocht.We vonden uiteindelijk nog Walker, Burrow en Kröger, maar zij misten toch vooral ervaring. Over hun kwaliteiten kan je nog discussiëren, al is het duidelijk dat zij geen echte toppers waren. Op het einde zag je uiteindelijk wel dat hun aanpassingsperiode echt voorbij was, maar die opflakkering kwam te laat.”

Nu de degradatie naar eerste nationale een feit is, kan de club een blik op de toekomst werpen. “Het is duidelijk dat we ons moeten herpositioneren, mede door de situatie van erevoorzitter Fred Nolf.Want het ziet er hoe dan ook niet goed uit, zonder dat het voortbestaan van de club in gevaar is. Hij zorgde voor een groot deel van de sponsors, en het is duidelijk dat heel wat mensen sponsoren voor de contacten die ze hebben, om zaken te regelen die niets met het volleybal te maken hebben. We willen dus minder afhankelijk worden van sponsors, en gaan vooral teren op de inkomsten van onze cafetaria. Bedoeling is om een club te worden met een goede jeugdwerking met een fanionteam, zowel bij de mannen als vrouwen, in divisie of eerste nationale. Back to basics, zeg maar. Dat de beste elementen dan weggehaald zullen worden, daar leggen we ons dan maar bij neer.”

“Echt ontgoocheld ben ik niet”, besluit Sophie. “We proefden van topvolleybal, behaalden enkele mooie successen en beleefden een mooie tijd.Wat mij het meest gestoord heeft, is dat je machteloos staat wanneer correct gemaakte afspraken met sponsors niet nagekomen worden. Je bent een marionet in het spelletje. Enerzijds moet je de spelers tijdig betalen, anderzijds betalen de sponsors alleen wanneer het hen uitkomt. Maar omdat je hen het jaar nadien ook nog nodig hebt, zwijg je best. Dat is eigenlijk de enige ontgoocheling in het hele verhaal.”