EU-leiders diep verdeeld over oorlog Irak

De regeringsleiders van de Europese Unie hebben donderdag geen eind kunnen maken aan hun diepe verdeeldheid over de oorlog tegen Irak. De leiders gaven elkaar de schuld van de verdeeldheid.

AP Ned

BR> Frankrijk, Duitsland en België, die furieus zijn over het besluit van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië om aan te vallen en Saddam Hussein af te zetten, leverden felle kritiek. Maar Groot-Brittannië werd gesteund door vijf andere EU-lidstaten.

De Griekse premier Kostas Simitis, die de vergadering voorzat, zei na afloop van de bijeenkomst dat de meningsverschillen niet zijn weggenomen. De Belgische premier Guy Verhofstadt had het over "een grote hoeveelheid onderbrekingen in een zeer korte tijd" tijdens de vergadering.

De regeringsleiders gaven een gezamenlijke verklaring uit waarin de hoop werd verwoord dat de oorlog met zo weinig mogelijk slachtoffers en lijden zal worden beëindigd. De leiders riepen op tot handhaving van de Iraakse grenzen en hulp aan de Iraakse bevolking en ze benadrukten het belang van de Verenigde Naties. Verwijzingen in de verklaring naar de kansen die Irak heeft gekregen om zich vreedzaam te ontwapenen en naar een volledige steun van de EU aan de ontwapening van Irak, werden door Frankrijk geweerd. Wel maakte de verklaring melding van de overtuiging dat de transatlantische betrekkingen moeten worden versterkt.

De crisis binnen de EU heeft de hoop op een gezamenlijke buitenlands en veiligheidsbeleid en daarmee meer invloed in de wereld ondermijnd. Frankrijk en zijn bondgenoten vinden dat de EU een tegenwicht moet vormen voor de Verenigde Staten, maar veel andere landen willen de nauwe politieke en defensie-betrekkingen met de VS behouden. Van de EU-landen steunen Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Portugal, Denemarken en Nederland de oorlog in Irak.

Tekenend voor de verdeeldheid is het voornemen van Duitsland, Frankrijk en België om binnenkort een topoverleg in Brussel te houden over het Europese defensie- en buitenlandse beleid. Belgische regeringsmedewerkers hebben dat voornemen bekendgemaakt.

De Europese leiders konden het evenmin eens worden over het verlenen van hulp aan Irak. Sommige landen zijn tegen hulp bij de wederopbouw omdat dat gezien kan worden als steun voor de oorlog tegen Irak. Afgesproken werd dat Irak zal moeten betalen voor de wederopbouw.