Pentagon gevraagd Iraakse oudheden te sparen

Archeologen hebben er bij het Pentagon op aangedrongen ongeveer 4.000 belangrijke monumenten en opgravingen bij een eventuele oorlog in Irak te sparen. Zij vrezen dat lasergeleide raketten en gepantserde cavalerie resten zullen verpulveren van de bakermat van de beschaving - Mesopotamië.

AP Ned

"Vernietiging van cultureel erfgoed is een soort culturele volkenmoord", zegt de archeoloog McGuire Gibson van de Universiteit van Chicago, die veertig jaar studie aan het oude Irak heeft gewijd. "Irak is niet alleen maar woestijn, het is de plek waar de eerste beschaving ontstond - de eerste steden, de eerste geschriften, de eerste monumentale architectuur, de eerste monumentale kunst en de eerste complexe samenleving."

In januari vervoegden Gibson en een groep oudheidkundigen en conservatoren zich bij de Amerikaanse ministeries van defensie en buitenlandse zaken om belangrijke plekken in Irak in kaart te brengen. Voordien vermeldde de lijst van het Pentagon maar 150 locaties. Woordvoerders van het ministerie van defensie wilden niet zeggen in hoeverre de aanvalsplannen aan de hand van de nieuwe informatie zijn aangepast.

Gibson zegt dat alle Iraakse steden belangrijke moskeeën, scholen en andere islamitische gebouwen bezitten, doorgaans in het centrum. Beschadiging zal wrevel wekken en als het bepaalde bedevaartcentra betreft waarschijnlijk in de hele islamitische wereld. Ook hebben Gibson en anderen hun zorg uitgesproken over mogelijke plunderingen in een later stadium.

Bagdad ligt aan de Tigris en in het vruchtbare gebied tussen deze rivier en de Eufraat kwamen meer dan 6.500 jaar geleden steden tot bloei. Buiten Bagdad staat het heiligdom Al Muttawakkil uit de negende eeuw. Moskeeën en islamitische graftomben zijn van recenter datum, maar nog altijd meer dan duizend jaar oud. Bij de stad Basra in het zuiden bevinden zich de koninklijke graftomben en de ziggurat of toren van Ur uit de derde eeuw voor Christus.

In het midden van het land kunnen de gerestaureerde hangende tuinen van Babylon en de toren van Babel beschadigd raken, ook al bevinden zich de belangrijkste schatten uit Babylon zich tegenwoordig in westerse musea. Saddam Hussein heeft een paleis in Babylon, VN-inspecteurs denken dat hij er misschien verboden wapens verstopt heeft.

Bij Mosul in het noorden zetelden gedurende 2.500 jaar Assyrische koningen in Niniveh. Het staat op de lijst van honderd meest bedreigde monumenten ter wereld.

In de loop van duizenden jaren kwamen in het gebied verschillende rijken tot bloei en verval: Sumerië, Babylonië en Assyrië. Toen Alexander de Grote er in 333 voor Christus op weg naar Perzië doorheen trok, bestond het eerste geschrift - het in kleitabletten getekende spijkerschrift - er al 2.500 jaar.

Er is geen voltreffer voor nodig om sommige ruïnes te verwoesten. In de Golfoorlog van 1991 veroorzaakten schokgolven van de bombardementen op Bagdad barsten in het bakstenen gewelf van Ctesiphon.

De Haagse Conventie voor de Bescherming van Cultureel Eigendom in Geval van Gewapend Conflict uit 1954 verbiedt het bombarderen van monumenten. De VS hebben het verdrag ondertekend, maar nooit geratificeerd.

Militaire strategen vragen zich af of Saddam de oudheden als "cultureel schild" zal gebruiken. In 1991 verstopte hij klaarblijkelijk uitrusting in de schaduw van Ur en diende het Museum van Bagdad als zijn hoofdkwartier. Beide gebouwen raakten bij bombardementen licht beschadigd; de Haagse conventie was daarmee niet geschonden omdat ze voor militaire doeleinden waren misbruikt.

Archeologen maken zich ook zorgen over wat er na een oorlog kan gebeuren. Na de Golfoorlog van 1991 hebben plunderaars veel beelden en andere schatten over de poreuze grenzen van Irak gesmokkeld om ze in westerse galerieën aan de man te brengen.

"Het Pentagon moet een korps archeologen en conservatoren klaar hebben staan om in Irak de schade op te nemen en vindplaatsen en musea te beveiligen", zegt Patricia Gerstenblith, archeologe en hoogleraar recht aan de DePaul Universiteit in Chicago.