Ondergang Maya-cultuur te wijten aan droogte

De klassieke Maya-cultuur is waarschijnlijk ten onder gegaan aan een langdurige periode van droogte. Dat besluit een studie van het geo-wetenschappelijk onderzoekscentrum Potsdam, die deze week in het Amerikaanse vakblad Science verscheen.

Belga

De Maya-cultuur ontwikkelde zich in de eerste eeuw na Christus in Centraal-Amerikaanse landen als Mexico, Honduras, Guatemala, El Salvador en Belize. Archeologische studies hebben uitgewezen dat in de negende en tiende eeuw hun steden op korte tijd ten onder zijn gegaan. Over de oorzaak hiervan werd jarenlang door wetenschapsmensen geredetwist. Mogelijk leidde een oorlog of een klimaatsverandering tot het uitsterven van de klassieke Maya-cultuur.

Wetenschapper Gerald Haug van het onderzoekscentrum in Potsdam onderzocht met zijn mensen het titaangehalte in de bodem en vertelde aan Science dat de resultaten van hun bodemonderzoek wijzen op een klimaatswijziging.

De Maya's leefden in een biotoop met hevige regenbuien in de zomer en droge periodes in de winter. Ze hadden een systeem ontwikkeld om water op te slaan tijdens de regenperiodes. Het volk rekende hierop om de volgende droge periode te doorstaan. Dankzij deze ontwikkeling groeide de Maya-bevolking tussen 550 en 750 sterk. Maar rond de jaren 810, 860 en 910 hielden de droogteperiodes meerdere jaren aan. Waardoor er onvoldoende water in voorraad was voor de volledige bevolking.

De klassieke Maya-cultuur was in veel opzichten de meest ontwikkelde van de oud-Amerikaanse culturen. De Maya's beschikten over een eigen schrift en kalender. Ze hadden kennis van astronomie. Het wiel en de ploeg waren hen wel onbekend. Na de ondergang van de klassieke cultuur in de tiende eeuw bloeide de zogenoemde postklassieke Maya-cultuur even op in het begin van het tweede millennium. Bij de aankomst van de Spaanse veroveraars waren de meeste Maya-steden reeds ten onder gegaan.