Jo Planckaert: "Vanaf nu twéé helmen"

“Ik draag voortaan twéé helmen.” De spreekwoordelijke schaterlach blijft voor één keer uit. Jo Planckaert, ploegmaat van Andrei Kivilev bij Cofidis, rouwt. En gruwt.“Mijn eerste krak kreeg ik op het moment dat ik Nelissen in Gent - Wevelgem zijn knie zag verbrijzelen tegen een paaltje. Klap nummer twee was het moment dat Sanroma op het asfalt naast me lag te sterven. En nu dit...Koersen: het is niet meer te doen, jong.”

ghouben

12 maart 2003 was een dag van flash backs voor Jo Planckaert. “Toen ik het nieuws over Kivilev hoorde, lag ik plotseling weer op die Spaanse straat, in 1999. Sanroma lag naast me en bloedde uit neus, mond en oren. De ambulanciers zagen hem over het hoofd en bogen zich over mijn schaafwonden, terwijl ik hen toeschreeuwde dat ze naar mijn collega moesten kijken.Vroeger wrong ik mezelf overal door. Sinds die dag schuw ik alle risico’s.”

En toch zie je Planckaert, eens over de landsgrenzen, zonder helm aan de slag. “Correctie, in de slotfase van een wedstrijd zet ik dat ding altijd op. Ik denk dat ik dat voortaan maar van bij de start zal doen, zo lastig is dat ding tenslotte niet. Zeker niet als je jezelf nu zit af te vragen of Andrei nog zou leven als hij een helm had opgezet. (Plots) Weet je dat ik blij zal zijn als mijn carrière afgelopen zal zijn? De manier waarop er tegenwoordig wordt gekoerst kan echt niet meer door de beugel.”

Nogal wat renners plegen volgens Planckaert anno 2003 bijna letterlijk over lijken te gaan, als het over het handhaven of versterken van hun eigen positie gaat.“Vroeger heerste er solidariteit en onderling respect. Ik heb de indruk dat er tegenwoordig met zo’n dingen wordt gelachen. Denk je dat iemand zijn collega’s nog verwittigt als er een onverwachte hindernis opduikt? Nee, zwijgen en hopen dat de andere in zijn ongeluk fietst, dat is de stijl. Je ziet kerels aan de slag, jongens waarvan je jezelf afvraagt of ze wel goed bij hun hoofd zijn. Wie onverantwoorde risico’s wil nemen mag dat van mij.Als het voor eigen rekening is, tenminste. Maar zoals het er nu aan toegaat slepen ze collega’s willens en wetens het ongeluk in.Vorige zondag nog, in Ichtegem, liep ik samen met Marc Wauters een eindje na het peloton binnen. Weet je wat we tegen mekaar zegden? Oef, we zijn er tenminste zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Zo ver is het gekomen.”