Tibetaanse volksopstand van Lhassa in Brussel herdacht

Print
Enkele honderden sympathisanten van de Tibetaanse zaak hebben zondagmiddag in het Jubelpark in Brussel de 44ste verjaardag herdacht van de volksopstand in Lhassa. Ze maakten van de gelegenheid gebruik om aan de Europese Unie te vragen een duidelijk standpunt over Tibet in te nemen en China ervan te overtuigen een dialoog op te starten met de Tibetaanse regering in ballingschap.
Op 10 maart 1959 kwam de Tibetaanse bevolking in Lhassa in opstand tegen China. In de repressie die daarop volgde, lieten tienduizenden Tibetanen het leven. Die tragische gebeurtenis werd zondag door Tibetanen en hun sympathisanten uit heel Europa in Brussel herdacht.
De betogers, die getooid waren met Tibetaanse vlaggen, vroegen in de schaduw van het Europees Parlement dat de EU China zou dwingen de dialoog aan te gaan met Tibet. Om hun eisen kracht bij te zetten, schreven ze ook een open brief aan Pat Cox, de voorzitter van het Europees Parlement, en aan Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie. Daarin vragen ze Europa om de resolutie van 6 juli 2000 te respecteren. In die resolutie heeft het Europees Parlement zich geëngageerd om de Tibetaanse regering in ballingschap te erkennen als de legitieme vertegenwoordiger van Tibet, tenminste als er tegen 6 juli 2003 geen oplossing is gevonden voor de kwestie. De Tibetanen willen ook dat de EU een speciale gezant aanduidt voor hun land.

Na de manifestatie vormden de betogers een menselijke ketting rond de Europese wijk. Onder de aanwezigen bevond zich ook de 74-jarige Takna Jigme Sangpo, de Tibetaan die het langst om politieke redenen gevangen gehouden werd. De betogers hadden ook een Tibetaans dorp opgezet en Manneken Pis als een Tibetaanse monnik gekleed.