EU-Commissie moet overheidsgeld voor publieke diensten

Geld dat de overheid geeft aan bijvoorbeeld een openbare vervoersmaatschappij voor haar publieke opdrachten, is staatssteun en moet dus voorafgaandelijk geautoriseerd worden door de EU-Commissie. Dat zegt de advocaat-generaal bij het Europees Hof van Justitie. Het Hof volgt bijna altijd de adviezen van de advocaat-generaal.

Belga

In welke mate mag een overheid financiële steun geven aan een openbare vervoersmaatschappij? Welke compensatie mogen de posterijen krijgen voor de 'universele dienstverlening'? Het zijn vragen die momenteel zeer actueel zijn in alle EU-lidstaten. Daarom heeft het Europees Hof een aantal lopende rechtszaken gebundeld om via hoorzittingen een principieel antwoord te formuleren. Dat antwoord zal er op neerkomen dat die subsidiëring wel degelijk staatssteun is en dus voorafgaandelijk moet gemeld worden bij de EU-Commissie, die toelating moet geven.

De opmerking van verschillende lidstaten dat dergelijke procedure de openbare dienstverlening kan schaden, veegt de advocaat-generaal van tafel. Hij heeft daarvoor drie redenen. Ten eerste, gaat het enkel om economische activiteiten. Overheidsoptreden in de sociale zekerheid of het onderwijs, is niet concurrerend met private ondernemingen en dus geen probleem. Ten tweede moet de Commissie binnen een termijn van twee maanden een eerste antwoord geven.

En ten derde kan de Commissie een 'groepsuitzondering' formuleren. Hierbij wordt een uitzondering gemaakt op de algemene regels, zodat alles wat binnen die uitzondering valt geen onderzoek behoeft.