Tientallen gewonden bij botsing voor- en tegenstanders van Chavez

Bij een botsing van voor- en tegenstanders van de Venezolaanse president Hugo Chavez in Caracas zijn vrijdag ongeveer tachtig mensen gewond geraakt, van wie drie door geweerschoten.

AP Ned

Het geweld brak uit toen enkele honderden aanhangers van de president stenen, flessen en vuurwerk begonnen te gooien naar enkele duizenden oppositiebetogers en politieagenten in een park voor het militaire hoofdkwartier in de hoofdstad. Militairen schoten rubberkogels en traangas af om de twee groepen uit elkaar te houden, maar later braken toch weer vechtpartijen uit. Daarbij is volgens het hoofd van de brandweer ook met hagel geschoten; het was onduidelijk door wie.

De betogers wilden met de betoging het leger oproepen zich aan te sluiten bij een vijf weken oude algemene staking tegen Chavez. De strijdkrachten zijn echter onderling verdeeld over de president. Het plein voor het militaire hoofdkwartier is evenals enkele andere belangrijke plekken in Caracas door de regering tot verboden terrein verklaard voor betogers.

De demonstranten eisten ook de vrijlating van een dissidente generaal van de nationale garde, Carlos Alfonso Martinez. Hij werd 30 december gearresteerd zonder dat daartoe een rechterlijk bevel was afgegeven. Hoewel een rechter zijn vrijlating heeft gelast, verkeert Martinez nog altijd onder huisarrest.

De Organisatie van Amerikaanse Staten probeert tussen Chavez en de oppositie te bemiddelen, tot nog toe zonder resultaat. Door de staking is Venezuela, de op vier na grootste olieproducent ter wereld en een van de belangrijkste olieleveranciers van de Verenigde Staten, zelf gedwongen olie en benzine te importeren uit andere landen.

Als de inkomsten van de olie-export wegvallen en geld moet worden uitgeven om olie te importeren, blijft er nog minder over voor sociale programma's en zal de machtsbasis van Chavez onder de armen in Venezuela afkalven. Toch zegt Chavez dat hij niet zal zwichten voor de "chantage" van de oppositie. Ook ziet hij nog geen reden om de staat van beleg af te kondigen.