Tandhygiëne bij Vlaamse kinderen ondermaats

Print
Tandbederf komt het vaakst voor in Limburg en het minst in West-Vlaanderen. Verder onderzoek moet de oorzaak van die geografische spreiding aan het licht brengen. Dit is een van de resultaten van het 'Signal-Tandmobiel' project.
Dat is een samenwerking tussen de gelijknamige tandpastaproducent en ondermeer de universiteiten van Gent (UG) en Leuven (K.U.Leuven).

Veertien procent van de Vlaamse kinderen bracht voor hun zevende levensjaar nog nooit een bezoek aan de tandarts. 17,8 procent start pas met het tandenpoetsen op vierjarige leeftijd of later, terwijl tandartsen het poetsen aanbevelen van zodra de eerste melktand verschijnt. Bovendien blijken Vlaamse kinderen nog steeds grote verbruikers van zoete tussendoortjes te zijn.

Het project brengt enkele alarmerende trends aan het licht. Zo bracht van de zevenjarigen amper 47,9 procent een bezoek aan de tandarts in de zes maanden die voorafgingen aan het onderzoek. Bij de twaalfjarigen ging het om 66,4 procent. Ook qua poetsgedrag en mondhygiëne krijgt het gemiddelde Vlaamse kind een onvoldoende. Eén kind op zes poetst de tanden zelfs niet dagelijks. De meeste zevenjarigen doen dat amper een keer per dag, meestal 's avonds en zonder hulp van de ouders. En dat terwijl specialisten het er over eens zijn dat een kind hulp nodig heeft tot wanneer het acht of zelfs tien jaar oud is.

De grote boosdoener bij de ontwikkeling van cariës is frequente suikerconsumptie, iets waar Vlaamse kinderen schijnbaar in uitblinken. Zo eten de meeste kinderen twee tot drie keer tussen de maaltijden door.

Opvallend is voorts dat ook de socio-economische situatie van een gezin een rol speelt bij het ontstaan van cariës. Zowat 75 procent van alle cariës zijn immers terug te vinden bij 27 procent van de kinderen.