Dutroux: familie overleden speurder verliest burgerlijk geding

Print
De burgerlijke rechtbank van Luik heeft dinsdag de eis tot schadevergoeding ingediend door de familie van rijkswachter Gérard Vanesse, afgewezen. De eisers werden wegens het aanspannen van een lasterlijk en tergend geding bovendien veroordeeld tot een schadevergoeding van 600 euro aan twee inspecteurs van de voormalige gerechtelijke politie.
BR>
Gérard Vanesse zat na het uitbreken van het Dutroux-schandaal vier dagen in voorhechtenis op verdenking hand en spandiensten te hebben verleend aan verdachte Michel Nihoul. In 1997 overleed de rijkswachter die zwaar aangeslagen was door deze ervaring aan een hersenbloeding.

Volgens zijn nabestaanden was er een causaal verband tussen het tegen de man gevoerde onderzoek en zijn overlijden. Nog volgens de familie was de man het slachtoffer geworden van een hetze door twee leden van de gerechtelijke politie die een volstrekt eenzijdig onderzoek zouden hebben gevoerd. Van de betrokken inspecteurs eiste de familie een schadevergoeding van bijna 750.000 euro.

De familie diende reeds tot twee maal toe een strafrechterlijke klacht in tegen de speurders, voor schending van het beroepsgeheim en onvrijwillige doding. Maar die klachten werden zonder gevolg geklasseerd.

Dinsdag oordeelde de burgerlijke rechter dat de familie had nagelaten aan de hand van medische verslagen te bewijzen dat er een oorzakelijk verband was tussen de dood van de rijkswachter en diens problemen met het gerecht. Bovendien stelde de rechtbank dat uit niets gebleken is dat de gewraakte inspecteurs misbruik zouden hebben gemaakt van hun onderzoeksbevoegdheid.