Villa Hügel toont eigenheid Vlaamse stillevens

Print
Rond 1600 ontwikkelde het schilderen van stillevens zich in Nederland en Vlaanderen tot een belangrijk zelfstandig genre. De tentoonstelling "Sinn und Sinnlichkeit - Das Flämische Stilleben 1550 - 1680" die zondag in het Duitse Essen is opengegaan, toont 110 werken van Vlaamse meesters, afkomstig uit een 60-tal musea uit Europa en de VS.
"Bij de vele vroegere tentoonstellingen van stillevens uit deze periode lag steeds de nadruk op werk van Noord-Nederlanders. Wij tonen enkel werk van Vlamingen en onderzoeken wat typisch Vlaams is in die stillevens" zegt initiatiefnemer en curator Klaus Ertz.
De bezoeker doet er misschien goed aan niet met een lege maag de Villa Huegel, de vroegere residentie van de Duitse groot-industrieel Alfred Krupp, binnen te stappen. De Vlaamse kunstenaars waren namelijk specialisten in het appetijtelijk voorstellen van bergen lekker voedsel: vlees, vis, schaaldieren, groenten, vruchten, desserts...
Een lust voor de zinnen dus. Maar op de doeken zijn ook overrijpe vruchten te bespeuren, een verlepte bloem, een schijnbaar achteloos achtergelaten zandloper...: symbolen voor het vergankelijke. Aan de schoonheid van de uiterlijke vorm van de dingen wordt onmiddellijk ook het besef van hun tijdelijkheid verbonden. Die tegenstrijdigheid is kenmerkend voor het Vlaamse stilleven in de 17de eeuw.
Opvallend is anderzijds dat sommige schilders zich specialiseerden in subgenres zoals stillevens met bloemen, feestmaaltijden of vruchtenstillevens. Het is ook niet ongebruikelijk dat verschillende 'vakschilders' elk een onderdeel van een schilderij voor hun rekening nemen.
De expo is opgedeeld in de diverse vormen die de stillevens aannamen: natuurstudies en 'trompe l'oeil'-werken, 'Vanitas'-beelden, markt- en keukenstillevens, het jachtstilleven, de gedekte tafel, vruchten- en pronkstillevens, bloemenstillevens en tenslotte de met religieuze motieven verbonden 'bloemenkransen en guirlandes'.
Er zijn werken van Peter Paul Rubens, Jan Brueghel de Oude, David Teniers, Frans Snyders, Roelant Savery, Pieter Boel, Joachim Beuckelaer, Pieter Aertsen en vele anderen. De persoonlijke lieveling van curator Ertz is Antwerpenaar Jan Fyt, "een ten onrechte verwaarloosde kunstenaar". Fyt (1611-1661) was een meester van de compositie. Dat blijkt onder meer uit zijn "Bloemen in een koperen Vaas" uit 1660.
Van een andere grote meneer van het Vlaamse stilleven, de eveneens uit Antwerpen stammende Adriaen van Utrecht (1599-1652), is het 'herontdekte' "Groot Stilleven met Hond en Kat" (1647) te zien. Het pas vorig jaar gerestaureerde doek lag tientallen jaren onopgemerkt in het depot van de Gemaldegalerie in Dresden. De stillevens vormen het eerste luik van een dubbelexpo. Na deze tentoonstelling (die eerder in Wenen te zien was) komt er in 2003 in Essen (en vervolgens in Wenen) een expo gewijd aan "De Vlaamse landschapschilders" uit dezelfde periode.
"Sinn und Sinnlichkeit - Das Flämische Stilleben 1550-1680" loopt van 1 september tot 8 december 2002 in Villa Hügel in Essen. Open van 10.00 tot 19.00 uur, op dinsdag en vrijdag tot 21.00 uur. Toegang: 7,5 euro.