Europa verdeeld over Irak en Internationaal Strafhof

Print
Een Amerikaanse aanval op Irak verdeelt de Europese geesten. Duitsland en enkele andere Europese landen zijn fors tegen, Groot-Brittannië heeft er veel begrip voor. Op de informele tweedaagse van de ministers van Buitenlandse Zaken in Helsingor deden de deelnemers echter hun best om de meningsverschillen niet te duidelijk aan het licht te laten komen.
Ook rond het Internationaal Strafhof verdeelt de Amerikaanse houding de Europese landen. Het Deens voorzitterschap geeft zich nog een maand de tijd om een vergelijk tussen de 15 te vinden. Hier leunt de Italiaanse premier Silvio Berlusconi het dichtst bij de VS aan. Vrijdagavond leek het er nog op dat Berlusconi als eerste het Europees front rond het Internationaal Strafhof zou opblazen.
In een kranteninterview kondigde hij immers aan dat Italië een bilateraal verdrag met de VS niet uitsloot. Middels zulke akkoorden proberen de VS de garantie te krijgen dat Amerikaanse staatsburgers nooit voor het Hof moeten verschijnen. Op de informele raad in Helsingor nam Berlusconi een beetje gas terug. Hij beloofde geen bilateraal akkoord af te sluiten, zolang de hoop op een gemeenschappelijke Europese houding een kans heeft.

Voor die toegeving kreeg Berlusconi een bedankje van de Belgische minister Annemie Neyts. Denemarken verzekerde dan weer dat het zich erg zal inspannen om een vergelijk te vinden waar ook de Amerikanen vrede mee kunnen nemen. "Immers, aldus de Deense minister Per Stig Moeller, we moeten absoluut een groot Atlantisch conflict vermijden". De Deense minister voegde er wel aan toe dat niet alle toegevingen denkbaar zijn. "Onze bottom line is dat de bevoegdheden van het Internationaal Strafhof niet worden uitgehold".

Het was op Duitse vraag dat Irak tijdens de informele top in Helsingor op de agenda kwam. Heel nadrukkelijk zei Joschka Fischer dat een aanval op Irak geen zin heeft. "De redenen waarom vader Bush in 1991 niet naar Irak doorstootte, gelden ook vandaag nog". "Het is trouwens niet bewezen, zo vervolgde de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, dat de terroristische dreiging vooral uit Irak zou komen". Verder wees Fischer erop dat een aanval op Irak inhoudt dat er voor lange tijd vreemde troepen gestationeerd moeten worden. Voor Fischer was het een uitgemaakte zaak dat de Amerikanen daar allicht niet bereid toe zijn.

De Britse minister Jack Straw had het meeste begrip voor de Amerikaanse politiek rond Irak. Toch bleef hij op de vlakte inzake de militaire aanval op Irak. Daarentegen pikte hij wel in op het pleidooi van Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie, om de Verenigde Naties opnieuw een hoofdrol te geven. Solana wil dat de VN opnieuw het initiatief krijgen. In eerste instantie rond de wapeninspecteurs.
De stelling dat de VN weer een hoofdrol moeten spelen, werd door zowat alle deelnemers gedeeld. Wat er echter moet gebeuren als de wapeninspecteurs geen toegang krijgen, kwam nauwelijks aan bod. Moet er dan een ultimatum komen en desgevallend militair ingegrepen worden? Voor diverse deelnemers is dat evident, hoewel weinigen dat met zoveel woorden zeiden. Ook Annemie Neyts wou dat niet gezegd hebben.
Na afloop van de tweedaagse was ze wel erg positief over het debat over Irak. "In tegenstelling tot wat verwacht kon worden, werd er wel voldoende tijd voor uitgetrokken en werd er zeer vrijmoedig gesproken". Opmerkelijk was wel dat Berlusconi zijn mond over Irak niet open deed en dat er geen antwoord kwam op de vraag wat er moest gebeuren indien de VS het vertikken om de Verenigde Naties het initiatief te geven.