Minimumloon niet-Europese sporters moet fors omhoog

Het minimumloon voor niet-Europese sporters bij Belgische clubs moet fors omhoog. Dat is de aanbeveling van de Senaatscommissie Binnenlandse Zaken. Het minimumloon voor buitenlandse werknemers in België bedraagt nu 29.620 euro per jaar. Voor niet-EU-sportlui moet dat 59.240 euro worden, vindt de Senaatscommissie. Bedoeling is zo de mensenhandel in de sport tegen te gaan.

De Senaatscommissie stemde gisteren unaniem in met de aanbeveling zoals die geformuleerd werd door senatoren Frans Lozie (Agalev) en Jean-Marie Dedecker (VLD) in de subcommissie Mensenhandel. Laurette Onkelinx (PS), als minister van Arbeid en Tewerkstelling bevoegd in deze materie, heeft al laten weten dat ze een wetsvoorstel in deze zin zal steunen. Zo'n wetsvoorstel zal er echter pas vanaf oktober kunnen komen, na de parlementaire vakantie. Daardoor zal het nieuwe minimumloon pas van kracht worden in het voetbalseizoen 2003-2004.

Zowat de helft van alle spelers in de eerste en tweede voetbalklasse is afkomstig van buiten de Europese Unie. Voor de topspelers onder hen is er geen probleem: zij krijgen sowieso riante lonen. Voor vele anderen, veelal Afrikanen, is dat anders. Vaak moeten zij rondkomen met een schamel loon dat aan uitbuiting grenst.

De subcommissie Mensenhandel werkt al maanden aan een aanbeveling. In juni 2001 bracht ze een tussentijds rapport uit, en toen voelde de Belgische voetbalbond (KBVB) de bui al hangen. De KBVB kwam met een eigen voorstel op de proppen: een minimumwedde van 36.300 euro voor niet-EU-spelers tussen 18 en 23 jaar, en van 72.600 euro voor plus-23-jarigen.

De Senaatscommissie stelt echter voor om het minimumloon, ongeacht de leeftijd, in te stellen op 59.240 euro. Die verplichting zal overigens niet enkel voor de voetbalclubs, maar voor alle Belgische sportclubs gelden. Een sportclub moet volgens het voorstel de arbeidscontracten van niet-EU-sporters voorleggen aan de sportfederatie bij aanvraag van een spelerslicentie. Zo wordt de federatie medeverantwoordelijk voor het toezicht op de sportclubs.

«Op die manier kan een sportfederatie zijn handen niet meer in onschuld wassen», aldus senator Dedecker, die het niet begrepen heeft op de houding van de KBVB in deze materie.

Volgens Dedecker heeft de subcommissie Mensenhandel zich mateloos geërgerd aan de 'arrogantie' van de KBVB. De voetbalbond stuurde haar kat naar de hoorzittingen en werkte niet mee. Die 'minachtende houding' beschouwde de subcommissie als een teken dat de bond geen verregaande oplossing wou voor het probleem van de mensenhandel in de sport. «Ze hebben de forse salarisverhoging dus zelf gezocht», klinkt het.

De Belgische volley-, basket- en handbalfederaties hebben hun reglementering al aangepast om onderbetaling van niet-EU-spelers tegen te gaan. Maar, zo stelt onder andere Dedecker vast, de KBVB heeft dat niét gedaan, en ontloopt zo haar verantwoordelijkheid.

De senatoren vragen nu dat Vlaanderen, Wallonië en Brussel een samenwerkingsakkoord zouden afsluiten om het statuut van de spelersmakelaar te harmoniseren. Ook moeten er in de sportwereld meer controles komen van de sociale inspectie en de arbeidsinspectie.