Limburgs topmanager vandaag begraven

Vandaag woensdag wordt René Brück - gewezen topman van onder meer Arbed, Sidmar, ALZ en KS - begraven. Brück is vorige week op 78-jarige leeftijd overleden. Hij was een symbool voor Limburg, een naam in de staalindustrie en eminent Ruslandkenner. Hij kreeg tal van onderscheidingen, waaronder in 1995 de eerste 'Herman Dessersprijs' van de Limburgse Kamer voor Handel en Nijverheid. Hij had een rijkgevulde carrière in de zware industrie achter de rug, een carrière die zich voornamelijk tussen Luxemburg en Limburg afspeelde.
BR>
Brück werd geboren op 25 mei 1924 in Wiltz, in het Groothertogdom Luxemburg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd zijn vader gefusilleerd en werden hij en zijn familie naar een Pools kamp gedeporteerd. Daardoor kon René Brück zijn middelbare studies niet voltooien. In 1945 werd hij uit het kamp bevrijd door de Russische troepen. Zij leerden hem zijn eerste woorden Russisch. Rusland zou later zijn tweede thuisland worden. Brück was in ons land de grondlegger van het Russisch Instituut Gent. Brück las elke dag de krant Izvestia en nam zijn notities steevast in het Russisch.

Na zijn studies burgerlijk ingenieur in Zwitserland, ging hij in 1951 in de mijn van Houthalen aan de slag, eerst als ingenieur in de elektrische centrale, later in de ondergrond. In 1953 ontmoette hij in Houthalen Godelieve Vanstiphout, later zijn echtgenote. Twee jaar later vertrok hij naar het toen nog jonge staalbedrijf Sidmar, dochter van de Luxemburgse staalgroep Arbed. Hij klom binnen de groep Arbed alsmaar hoger. In 1977 was hij afgevaardigd bestuurder bij Sidmar en directeur-generaal bij Arbed. Tot aan zijn dood was hij nog altijd ere-voorzitter van de raad van bestuur van Sidmar en van ALZ. De Genkse producent van roestvrij staal is altijd zijn troetelkind geweest. Hij heeft het bedrijf vooral in de jaren tachtig zien uitgroeien tot de grootste fabriek in zijn soort in Europa.

Brück keerde nog een paar keer terug naar KS, onder meer in 1980 om samen met een aantal andere mensen het plan voor de sluiting van de mijnen voor te bereiden. Dat plan zou jaren later in grote lijnen door Tyl Gheyselinck worden overgenomen en uitgevoerd.

Ondanks zijn prestigieuze carrière bleef Brück bescheiden. Hij liep niet hoog op met zijn eigen kwaliteiten als manager. Naar aanleiding van de uitreiking van de Herman Dessersprijs zeven jaar geleden, zei hij in een interview met deze krant: «In onze tijd, de golden sixties, moest je al erg lomp zijn om niet ergens directeur te worden.»

Vandaag wordt René Brück in zijn woonplaats Destelbergen begraven. Hij was vader van drie zonen en twee dochters.