55 journalisten vermoord in 2001

Print
In het jaar 2001 zijn wereldwijd zeker 55 journalisten vermoord, een cijfer dat niet zo veel verschilt met vorige jaren. Dat heeft het Internationaal Pers Instituut (IPI) donderdag in Wenen bekendgemaakt.
Net als vorige jaren blijkt Colombia het onveiligste land te zijn voor journalisten. In 2001 zijn in het Latijns-Amerikaanse land 11 journalisten vermoord, zo staat in het rapport over de persvrijheid dat het IPI donderdag openbaar maakte.

In Azië werden 16 journalisten gedood, acht onder hen in Afghanistan tijdens de oorlog tegen de Taliban. In het Midden-Oosten en Noord-Afrika werden zes journalisten vermoord, drie onder hen in de Palestijnse gebieden. "Er zijn onbetwistbare bewijzen dat de media doelwitten van het Israëlische leger zijn", zegt het IPI daarover. De internationale organisatie uit ook kritiek op de Israëlische regering omdat die accreditaties voor journalisten van Palestijnse afkomst weigert.

In Europa hebben 11 journalisten het uitoefenen van hun job met hun leven moeten bekopen. Oost-Europese landen met name worden aangewreven het niet zo nauw met de persvrijheid te nemen. Vooral landen waar hervormingen aan de gang zijn, hebben op dit vlak nog heel wat te leren, zo luidt het rapport van het IPI.
Onder meer in Rusland zou de persvrijheid minder dan vroeger in acht worden genomen. Het IPI verwijst hierbij naar het verdwijnen van TV6, de laatste onafhankelijke televisiezender in Rusland. In Tsjetsjenië zouden journalisten helemaal verhinderd worden onafhankelijk te werken.

Wat Afrika betreft, verklaart het IPI zich het meest ongerust over de perssituatie in Zimbabwe. "President Mugabe voert een politiek van systematische intimidatie van journalisten, constante beperking van het werk van buitenlandse correspondenten en repressieve maatregelen tegen de media. De enige positieve noot wat betreft het Afrikaanse continent is dat, in tegenstelling tot vorig jaar toen er negen journalisten in Afrika werden vermoord, er dat in 2001 maar "slechts" één was.