"Ze doen maar"

De druk op zijn schouders moet enorm zijn, al wil Richard Groenendaal daar niks van horen. De Nederlander voerde eerder deze week een potje psychologische oorlogsvoering op, maar kreeg vrijdag een koekje van eigen deeg, toen de UCI op bezoek kwam voor een onverwachte materiaalcontrole. "Aangevraagd door één bepaald land", klinkt het grijnzend. "Nee, ik zeg niet wie. Maar het brengt me niet van mijn stuk, wees daar maar zeker van."
BR>
"Ik heb dit seizoen maar twee koersen gewonnen. Bombardeer me dus niet tot topfavoriet, zondag. Kijk maar naar de Belgen als je kandidaten voor goud zoekt. Wellens en Nys voorop, De Clercq op korte afstand. (Lacht.) O, ik vergeet Vervecken nog." Presteren lukt zoveel beter als je outsider bent, die les hoef je Groenendaal alvast niet meer te leren. "Hoe ik het zondag wil aanpakken? Daar ben ik nog niet uit. Dat leert de wedstrijd me wel. Win ik, dan koos ik voor de goeie optie. Zo eenvoudig is dat."

Verbazend, de manier waarop de Nederlander de schouders blijft ophalen bij de commotie die hij zelf heeft veroorzaakt. De dreigende sanctie na die klap in Diegem, de BWB die een brief naar de UCI wil schrijven om het beruchte Humo-interview als belastend materiaal bij dat dossier te voegen: het glijdt op Groenendaal af als water op de veren van een eend.

"Ach, ze doen maar. Wat dat interview aangaat: ik blijf bij mijn verhaal. Al mijn uitspraken werden uit de context gerukt. Als ik hoor dat een Vlaamse krant mij tot de meest gehate man in België promoveert, kan ik dat alleen maar zielig vinden. (Cynisch) Ik dacht dat jullie er eentje in de gevangenis hadden zitten die voor die titel in aanmerking kwam. Toch heb ik geen schrik van zondag, nee. Er zal zoveel volk zijn, dat de schreeuwers allicht overstemd zullen worden door mensen die het wel goed menen met de sport. Of ik blij zal zijn dat ik eind februari met vakantie kan gaan? Ach, volgend jaar beginnen ze gewoon weer opnieuw."