Vervecken staat shirt niet graag af

Als wereldkampioen worden zich tussen je oren afspeelt, ziet het er niet zo best uit voor Erwin Vervecken. "Ik telde de keren af dat ik het regenboogshirtje nog mocht aantrekken", gaf hij een dag voor Heerlen beteuterd mee. Dan ga je toch gewoon voor een tweede titel? "Da's waar", beaamt hij. "Het voordeel is dat ik in Zolder mijn seizoen niet hoef te redden. Ik kom dus zonder stress aan de start."
BR> We moeten al een eind terug in de tijd voor het beeld van een wereldkampioen veldrijden die met het regenboogshirt om door het ijs zakt. Pascal Richard, Mike Kluge, Henk Baars en Dominique Arnould waren de laatsten om het spookbeeld van zowat elke wegwereldkampioen te adopteren: een seizoen lang afgaan. Erwin Vervecken overkwam het niet. Meer zelfs: die eerste keer smaakt naar meer.
Je zette als wereldkampioen een schitterend seizoen neer, met onder meer drie dagzeges in de Superprestige en een Wereldbeker-proef. Tevreden?
Erwin Vervecken: Als ik het goed heb, viel ik de afgelopen maanden slechts zes keer naast het podium. In alle andere wedstrijden scoorde ik een negen: negen keer eerste, negen keer tweede en negen keer derde. Vreemd is dat, want het duurde tot half november voor ik echt goed was. Ik moet veel competitie om de topvorm te vinden. Ik ging dus gretig in op alle contracten die mij voor oktober onder de neus werden geduwd. Bij het seizoenbegin raapte ik het geld op dat ik in de drukke decembermaand her en der liet liggen.

Je wou als wereldkampioen ook niet ontgoochelen?
Dat speelde, ja. Aan zo'n trui hangt verantwoordelijkheid vast. Niet dat je organisatoren niet wil teleurstellen, je wil vooral niet afgaan voor jezelf. Eergevoel gewoon. Weet je wat ik zo leuk vond? Winnen in Sint-Michielsgestel en Loenhout, twee zwarte vlekken op mijn palmares. Meer zelfs: twee zwarte beesten. Daar stond wel tegenover dat ik ontgoochelde in wedstrijden waar ik mijn zinnen had op gezet: Gavere en Overijse. De regelmaat, die plezierde mij het meest.

Als je die lijn doortrekt, word je toch gewoon opnieuw wereldkampioen?
Was het maar waar. Weet je, ik telde de dagen af dat ik mijn truitje nog mocht aantrekken. Nog twee keer, nog één keer. Maar ik liet me er niet door deprimeren. Toch zal ik even slikken als ik volgende week in Lille een ander met de regenboog zie pronken. (Mijmert) Anderzijds: ik heb hem gehad. Ik word met mijn 29 dan wel bij de ouderen gerekend, ik heb nog een paar jaren voor mij. En wie had in mij ooit een wereldkampioen gezien?

Je flirtte inderdaad vaak met het goud. Wat maakte van een degelijke renner ook een winnaar?
Ik hoefde geen psycholoog, als je dat bedoelt. Het wegseizoen 2000 zorgde voor mijn ontpopping. Ze reden mij niet langer los en dat zorgde voor een mentale kick die ik meenam naar het veld. Ook daar gooiden ze mij niet meer overboord. Omdat ik een meer dan degelijke sprint in huis heb, werd winnen een stuk makkelijker. Het had ook te maken met het verdwijnen van Adrie van der Poel. De Nederlander had maar één strategie: pompen en blijven pompen tot iedereen eraf was. (Lacht) En zich omdraaien om mij toe te schreeuwen: Erwin, profiteur. Tja, ik was al blij als ik hem kon volgen. Ik heb het liever wat tactischer en prijs mij gelukkig dat ik er vaak in slaag mijn strategie op te dringen. Nu ben ik de slimme.

Maar nog altijd niet sluw genoeg om Mario De Clercq in het BK op zijn donder te geven...
Ze zeggen dat wij tweeën de slimsten zijn van het hele pak. Maar is dat wel zo? Wij koersen gewoon volgens onze capaciteiten en dat pakt geregeld goed uit. Zoals wij rijden, kan Nys het niet. Als Sven speculeert op de sprint krijgt hij ervan langs.

Komt het ooit nog goed tussen jou en Mario? Het BK was al de zoveelste aanvaring.
Ik zei de dagen na Koksijde wat ik te zeggen had. Net zoals ik dat na Middelfart en Poprad deed. (Gegeneerd) Na Poprad noemde ik hem zelfs een klootzak. Maar ik laat die dingen niet lang in mij sudderen. Na het BK reden we samen naar de VTM-studio's in Vilvoorde en daarna naar Knokke. De wedstrijd kwam uiteraard ter sprake. Bleek dat we allebei onze mening hadden over de afloop. Discussie gesloten. Ach, ik reed Mario ook meer dan eens in het verlies. Dat we elkaar zo vaak tegenkomen, is toch logisch? We zijn van hetzelfde type. Kunnen allebei aanklampen, een finale naar onze hand zetten én het afmaken in de sprint. Vrienden zijn we niet, vijanden evenmin. Noem het gewoon respect. Samen een café binnen stappen om een pint te pakken, komt er wel nooit van.
Zondag wenkt de volgende confrontatie met de Oost-Vlaming.
Daar kijk ik niet tegen op. Mario rijdt nooit tegen mij en vice versa. We starten zoals altijd allebei om zelf te winnen. Als ik voel dat er voor mezelf niets in zit, help ik nog liever Mario dan Berden. Ben verdiende zijn selectie niet.

De Belgische ploeg is na Koksijde dus geen kruitvat?
Helemaal niet. Eric De Vlaeminck moet geen scheuren lijmen, want die zijn er niet. Anderzijds moeten we er ook niet schijnheilig over doen: het wordt ieder voor zich. Wellens en ik vormen een front, dat wel, maar het is niet zo dat de ene Belg de andere van bij de start vrije baan geeft. Het wordt toch een wedstrijd onder Belgen? Ik heb mijn lesje wel geleerd. In Middelfart gedroeg ik mij als een Belg en wat leverde het mij op? Integendeel: speelde De Clercq een jaar later in Poprad de voorbeeldige landgenoot, klaar om mij te bedanken voor Middelfart? De andere Belgen zouden mij verrassen, mochten ze zondag de rode loper voor mij uitrollen. Dat kan cynisch klinken, maar zo is het toch? Die concurrentie mag. Minstens vier Belgen behoren tot de topfavorieten. De kans dat een landgenoot wint, is dus 90%. Maar ik zal niet juichen als een andere Belg wint. Want dan verlies ik.