Een leven door oorlog en ziekte bepaald

Bijna twintig jaar geleden hield niemand het meer voor mogelijk dat actrice en zangeres Hildegard Knef ooit nog op het toneel zou kunnen schitteren. Zij leed aan kanker en onderging zo'n zestig operaties, maar geloofde de specialisten niet die haar vertelden dat ze niet lang meer te leven had.

BELGA

BR>

Knef zei: "Op een gegeven moment ben ik de adviezen van mijn artsen gaan negeren. Ik rook en drink zo nu en dan een borrel. Ik doe veel dingen die mij absoluut verboden zijn, maar ik leef". Over haar ervaringen als kankerpatiënte schreef zij het boek 'Das Urteil' (het oordeel). Vrijdag overleed ze in een ziekenhuis in Berlijn aan longontsteking.

Ze wilde met 'Das Urteil' het taboe dat rond kanker bestond, doorbreken. "Het is fijn om te zien dat kanker uit dat geheimzinnige isolement is gekomen. Er wordt nu openlijk over gesproken. Dat is een hele vooruitgang", zei ze ooit. Ze maakte nog enkele films, zoals 'Fedora' met regisseur Billy Wilder (1978) en 'Warum die Ufos unseren Salat klauen' (1979). Ook daarna lag Knef herhaaldelijk in het ziekenhuis.

Hildegard Albertina Frieda Knef, eens "de Marlene Dietrich van de intellectuelen" genoemd, werd op 28 december 1925 in Ulm in het zuidwesten van Duitsland geboren. Ze groeide op in Berlijn. Knef begon haar filmcarrière als ziekelijk, ondervoed oorlogskind in propagandafilms van de nazi's.

Knef werd verliefd op een filmbaas, beschermeling van minister Joseph Goebbels van Propaganda, en ging aan het eind van de oorlog vermomd als man met hem naar het front.

De Russen namen haar gevangen. Knef ontsnapte en zag haar geliefde niet meer terug. Haar herinneringen aan deze tijd spelen een belangrijke rol in haar ook in het Nederlands vertaalde autobiografie 'Der geschenkte Gaul' (1971), dat een groot succes werd. Ze verwerkte het boek zelf tot een musical.

Na de oorlog speelde ze eerst in enkele Duitse films, waaronder 'Die Mörder sind unter uns', de eerste Duitse naoorlogse film. Producent David Selznick haalde haar in 1947 naar Hollywood. Ze ging echter niet in op diens voorstel haar naam te veranderen in Gilda Christian en zichzelf als Oostenrijkse voor te doen. Nadat haar wegens haar oorlogsverleden een rol naast Montgomery Clift was ontnomen, keerde ze naar Duitsland terug. Daar verwekte ze een schandaal door naakt in een hangmat te verschijnen in de film 'Die Sünderin' (1950).

In 1951 was Knef weer in Hollywood. Ze speelde onder meer in 'The Snows of Kilimanjaro' en 'Night Without Sleep' (1952). Binnen een jaar was ze terug in Europa, waar ze speelde in Britse, Franse, Duitse en Italiaanse films. Tussendoor speelde ze van 1954 tot 1956 675 keer voor uitverkochte zalen in New York in de musical 'Silk Stockings' van Cole Porter. In de jaren zestig begon Knef een carrière als zangeres. Haar gezondheid verslechterde vorig jaar. Zij had ernstige ademproblemen en was de meeste tijd aan een rolstoel gekluisterd.